Muziek V4

27 flashcards · Music · by Jessamy Repi

  1. Een noot is wat je ziet. Een toon is wat je hoort.

  2. Wat geeft een geschreven noot aan?

    Hoe lang de noot duurt en hoe hoog de noot is

  3. Stamtonen

    a-g, witte toetsen

  4. Synoniem van de G-sleutel en voor welke zangstemmen en instrumenten wordt het gebruikt?

    Vioolsleutel, zangstemmen sopraan & alt, hoger klinkende instrumenten

  5. Synoniem van de F-sleutel en voor welke zangstemmen en instrumenten wordt het gebruikt?

    Bassleutel, zangstemmen bas, lager klinkende instrumenten

  6. Synoniem van de C-sleutel en voor welke instrumenten wordt het gebruikt?

    Altsleutel, instrumenten die niet speciaal hoog of laag zijn

  7. Een kruis verhoogt een noot

  8. Een mol verlaagt een noot

  9. Notatie van noot met een kruis

    stamtoon + is

  10. Notatie van een noot met een mol

    stamtoon + es

  11. Een achtste noot heeft een vlaggetje/een streep

  12. Een zestiende noot heeft een dubbele vlag/twee strepen

  13. Wat is een gepunteerde noot?

    Een noot met een punt erachter, die de noot verlengt met de helft van de waarde van de noot

  14. Wat doet een herstellingsteken?

    maakt een kruis of mol ongedaan

  15. Wat staat een vast voorteken en wat betreft het?

    Staat bij de sleutel en betreft alle noten met dezelfde naam voor het hele stuk

  16. Wat is een toevallig voorteken?

    Verandert de noot waar hij voor staat gedurende één maat

  17. Wat doet een herstellingsteken?

    maakt een kruis of mol ongedaan

  18. Hoe verleng je een noot?

    Door een overbindingsboog te plaatsen naar de volgende noot

  19. De laatste maat van een compositie geef je aan met een dubbele maatstreep

  20. De tellen zonder accent noem je een zwak maatdeel

  21. Wat is de grondtoon en hoe wordt die ook wel genoemd?

    De eerste toon van een toonladder, de tonica

  22. Wat is de leidtoon?

    De zevende toon van de toonladder, halve toon onder de grondtoon

  23. Wat is de dominant?

    De vijfde toon van de toonladder

  24. Wat is de subdominant?

    De vierde toon van de toonladder

  25. Wat zijn de consonante intervallen en hoe klinkt het?

    prime, terts, kwart, kwint, sext en octaaf. Prettig in het gehoor.

  26. Wat zijn de dissonante intervallen en hoe klinkt het?

    secunde en septiem. Wringende intervallen.

  27. In een majeurtoonladder zijn de prime, kwart, kwint & octaaf rein. De secunde, terts, sext en septiem zijn groot.

    Kies uit klein, groot, rein, prettig in het gehoor of wringend