Ontwikkelingspsychologie H7(kleutertijd)

lees ook goed je samenvatting of het boek, veel gaat gericht over kleuters

31 flashcards · Psychology · by Rianka Bonte

  1. Wat valt onder experimenteren?

    Begrip van rangorde, kleur, aantal en volume en gewicht

  2. Wat is centreren?

    De neiging om slechtst een aspect van een fenomeen in redenering te betrekken meestal het opvallende.

  3. Wat is Categoriseren?

    Levende of niet levende objecten of gebeurtenissen die op eenzelfde manier beschouwd worden omdat zij bepaalde eigenschappen met elkaar gemeen hebben.

  4. Wat is visueel-ruimtelijke informatie?

    iets wat ze kunne zien of voelen ( zoals memorie)

  5. Verbale informatie

    wat mondelings word verteld of via tekst

  6. wat is reproduceren van informatie?

    informatie wat we geleerd of gehoord hebben weer terug halen.

  7. Wat is een referentie kader?

    collectieve ervaring of mening van een (doel)groep

  8. Wat is sociale cognitie?

    vermogen gevoelens, gedachtenis en intenties van anderen waar te nemen en interpreteren

  9. waar staat TOM voor?

    theory of mind

  10. Wat houd theory of mind in?

    inlevingsvermogen

  11. Wat zijn de 3 fases van spel ontwikkeling?

    Oefenspel, symbolisch spel & spel volgens regels

  12. Wat is oefenspel?

    wat kan ik, dingen uitproberen wat gebeurt er als..

  13. Wat is symbolische spel?

    Rollen spel, voorwerpen als wat ander gebruiken

  14. Wat is Spel volgens regels?

    bordspellen, sporten

  15. welke 4 soorten angst bestaan er?

    angst voor geluiden, vallen en vreemde voorwerpen en personen angst voor dieren en donker angst voor natuur verschijnselen als , ontmoeten onbekende personen pathologische angsten

  16. wanneer is de piek met angsten voor kinderen?

    3-5 jaar

  17. wat is instrumentele agressie?

    probeert met het gedrag een bepaald doel te bereiken

  18. Vijandige agressie

    doel ander tot schade te brengen

  19. op welke leeftijd is de top van agressie?

    rond 4 jaar

  20. Wat is pro-sociaal gedrag?

    is vrijwillig gedrag bedoelt om een ander persoon, een groep of een samenleving te helpen/ondersteunen

  21. Wat is altruïsme?

    handelen uit zorg voor het welzijn van een ander

  22. Wat is empathie?

    Het vermogen emotionele reacties bij anderen te herkennen en de neiging daarop met soortgelijke gevoelens te reageren

  23. Wat is de differentiatie fase?

    kleutertijd waarbij de taalontwikkeling in het teken staat van vergroting en uitbreiding van woordenschat en grammaticale mogelijkheden 2 jarige is 100 woorden 5 jarige 2000

  24. Wat hoort er bij de ontwikkeling van een kleuter in de emotionele en socialeontwikkeling

    -interactie met leeftijdsgenoten word meer -overgang egocentrisme naar perspectief -vermogen om hun eigen impulsen en angsten te controleren -ouders hoeven steeds minder te helpen bij emotieregulatie

  25. Wat hoort er bij de ontwikkeling van een kleuters autonomie en zelfcontrole.

    -streven autonomie zet door -beter frustratie kunnen verdragen, (veranderingen, agressie, angst) -motorisch en cognitief beter -volwassenen moeten ze begeleiden met hun exploratiedrang en de wens om alles te begrijpen

  26. Wat hoort er bij de ontwikkeling van kleuters hun zelfbeschrijving en zelfbeeld

    -kunnen zichzelf enigszins beschrijven (concrete manier) -besef verschil jongens en meiden

  27. Wat hoort er bij de ontwikkeling van de Genderidentiteit van kleuters

    -bij welk geslacht ze zelf horen -Pas richting het einde kunnen ze beseffen dat een jongen met een rok aan een jongen blijft.

  28. Wat is gendercongruentie?

    dat iemands genderidentiteit niet helemaal overeenkomt met het geboortegeslacht

  29. wat is genderdysforie?

    als er onvrede is met de biologische sekse

  30. Wat hoort er bij de ontwikkeling van spel van kleuters

    -hoeft geen doel mee bereikt te worden -eigenregels, actief onderzoeken -leren creatieve oplossingen te zoeken -middel om om te gaan met frustraties , conflicten en angsten -kiezen in hun spel om mensen na te doen de ze bewonderen of van houden, of bang

  31. Kenmerkende problemen voor kleuters

    -achterstand in taal, spraakontwikkeling -slaapstoornissen -broekplassen & broekpoepen -angststoornissen -agressief gedrag -oppositionele gedragsstoornis -aandacht-en concentratie stoornissen(ADD &ADHD)