Het eerste levensjaar (hoofdstuk 5, ontwikkelingspsychologie)

45 flashcards · Other · by Iris Roelofs

  1. Wat is de diepe of onregelmatige slaap?

    Dan zijn de ogen gesloten, regelmatige ademhaling, geen grove bewegingen.

  2. Wat is de actieve of onregelmatige slaap?

    Dan zijn de ogen gesloten, onregelmatige ademhaling, kleine spiertrekkingen, geen grove bewegingen.

  3. Wat is de alerte inactiviteit?

    Dan zijn de ogen open, geen grove bewegingen.

  4. Wat is de alerte activiteit?

    Ogen open, bewegingen, onregelmatige ademhaling.

  5. Wat gebruikt er bij huilen met het lichaam van de baby/zuigeling? (volgens de vijf fasen)

    Ogen gedeeltelijk of geheel gesloten, heftige bewegingen en huilt.

  6. Wat is de REM-slaap?

    De actieve slaap of remslaap. Dit slaapstadium wordt gekenmerkt door frequente kortdurende spiertrekkingen, zowel in het gezicht als in de ledematen. De ademhaling en hartslag zijn onregelmatig en de ogen maken in dit slaapstadium snelle heen-en-weerbewegingen die goed te observeren en te registreren zijn.

  7. Wat is de non-REM slaap?

    regelmatige of non-remslaap die wordt gekenmerkt door het ontbreken van snelle oogbewegingen en bewegingen van de ledematen en een rustige regelmatige ademhaling en hartslag.

  8. Hoeveel procent van de dag huilt een baby?

    10% van de dag.

  9. Wat zijn de overlevingsfuncties van het huilen?

    Honger, kou, pijn, overprikkeling, schrik.

  10. Wat is het Moro-reflex?

    Het hoofd wordt naar achter gehouden en daardoor creëer je een schrikreactie en spreid het kind zijn ledematen.

  11. Wat is het asymmetrisch tonische reflex?

    Deze reflex bestaat uit het strekken van de arm aan de kant waarnaar het hoofd van de pasgeborene wordt gedraaid en uit het gelijktijdig buigen van de andere arm.

  12. Wat is het rooting- en zuigreflex?

    Als de wang van de pasgeborene wordt aangeraakt met vinger, zal het kind het hoofd naar de vinger toedraaien, de mond openen en de lippen om de vinger sluiten. (rooting-reflex). Vervolgens gaat het kind op de vinger of speen zuigen, waarbij ook kauw- slikbewegingen wordt gemaakt.

  13. Wat is het tactiele opzetreflex en loopreflex?

    Als het kind in verticale positie wordt vastgehouden en de voetruggen worden tegen de tafelrand gestreken, zal het de beentje opzetten en op de tafel zetten. Baby's die verticaal gehouden met de voetjes op een oppervlakte worden gezet, zullen loopbewegingen maken.

  14. Welke tonen horen baby's het beste? (lage of hoge tonen)

    Hoge tonen.

  15. Voor welk geluid hebben baby's een voorkeur?

    De stem van de moeder.

  16. Waardoor is het vermogen voor baby's om te kunnen zien beperkt?

    Door een onvoldoende ontwikkeld netvlies en door onvoldoende ontwikkelingen van verbindingen tussen het netvlies en de hersenen.

  17. Voor welke twee smaken hebben baby's een voorkeur?

    Zoet en zout.

  18. Hoe komt het dat het tastzin van baby's goed is ontwikkeld?

    Een goed tastzin is nodig voor overlevingsreflexen zoals de zuig- en hoestreflex.

  19. Wat is preceptie?

    De zintuigen krijgen informatie uit de omgeving. Deze informatie wordt vervolgens geïnterpreteerd.

  20. Na hoeveel weken komen de eerste geluidjes?

    Na 6 weken.

  21. Na ongeveer hoeveel maanden begint een baby te brabbelen?

    Na 7 maanden.

  22. Na hoeveel maanden gaat het kind de spraak imiteren en sociaal brabbelen?

    Na 8 maanden.

  23. Na hoeveel maanden is de overgangsfase van brabbelen naar de echte spraak? En na hoeveel maanden kunnen kinderen hun eerste woordjes zeggen?

    Na 10 en 12 maanden.

  24. Wat betekend beurtelings reageren? (taalontwikkeling)

    Beurtelings reageren speelt een rol in situaties waarin baby en volwassene in een soort dialoog zijn verwikkeld met bijvoorbeeld het geven en aannemen van voorwerpen, of bij het spelen van kiekeboe. Dit soort dialoog van beurtelings geven en nemen is een voorloper van interactie tussen volwassene waarin de ene spreekt en de ander luistert om vervolgens de rollen om te draaien.

  25. Wat betekend gedeelde aandacht? (taalontwikkeling)

    Gedeelde aandacht dit is het vermogen om de aandacht te richten en deze af te stemmen op die van de ouders. Het jonge kind kan initiatief van de ander volgen bij het kijken naar een interessant object. Bv: kind zit bij moeder op schoot wijst naar de poes en zegt: ‘’kijk, de poes.’’ Het kind zal dan de moeder volgen in het kijken naar de poes. Ook omgekeerd zal het kind de aandacht van de moeder trekken en haar uitnodigen naar een interessant object in de omgeving te kijken. Hiermee wordt inform…

  26. Waardoor ontstaat een begin van een tweerichtingsverkeer in de sociale interacties tussen volwassene en kind?

    Omdat baby's leren dat hun gedrag reacties vanuit de omgeving kan ontlokken.

  27. Hoe noem je het als het evenwicht waarmee het kind en volwassene op elkaar ingespeeld raken in sociale wederkerige interacties?

    Dit wordt reciprociteit genoemd.

  28. Na hoeveel weken kunnen baby's ongeveer glimlachen naar anderen?

    Na ongeveer 12 weken.

  29. Na hoeveel maanden lachen baby's vooral naar bekenden en niet naar vreemden?

    Na 7 maanden.

  30. Bij hoeveel maanden kunnen baby's met angst, protest en huilen reageren op vreemden?

    Na 7 a 10 maanden.

  31. Hoe noem je het als baby's angst ontwikkelen voor vreemden?

    Stanger anxiety of Stranger distress.

  32. Wanneer is een kind veilig gehecht?

    Als er passend wordt gereageerd op het kind. Het kind blijft rustig mama komt wel terug en gaat spelen. Moeder komt terug en het kind gaat naar moeder en voelt daarin het vertrouwen dat ze weer terug komt. (een kind exploreert de omgeving in het bijzijn van de opvoeder, protesteert als deze hem verlaat, en toenadering zoekt als de opvoeder terugkomt)

  33. Wanneer is een kind angstig-vermijdend gehecht?

    Het kind blijft bang voor de vreemden in de ruimte. Als mama terug komt zoekt het mama weer op.

  34. Wanneer is een kind angstig-afwerend gehecht?

    Als het kind de nabijheid en moeder niet meer zoekt als ze terug komt en voelt zich in de steek gelaten.

  35. Wanneer is een kind gedesorganiseerd gehecht?

    Kinderen kijken weg als ze door verzorger geknuffeld worden, hebben ‘glazige blik’. Zijn onveilig gehecht. Reageren tegenovergesteld op vertrek en terugkomst van verzorger als bij veilig gehechtheid. Het kind is altijd op zijn hoede voor gevaar. In de eerste maanden uit het kind hechtingsgedrag door sociale gerichtheid op andere (glimlachen, geluidjes, volgen met ogen). Deze loksignalen zijn ervoor de hechtingspersoon in de buurt te houden.

  36. Voor wie hebben baby's een voorkeur als er gevaar dreigt??

    Voor de moeder.

  37. Hoe ontstaat gehechtheid?

    Gehechtheid ontstaat als een volwassene beschikbaar is voor het kind.

  38. Hoe herken je baby's met een moeilijk temperament?

    Ze hebben onregelmatige biologische ritmen, trekken zich terug uit nieuwe ervaringen, passen zich moeizaam aan en hebben een negatieve stemming die zich uit in huilen en heftige reacties en frustraties.

  39. Hoe herken baby's met een makkelijk temperament?

    Ze hebben juist regelmatige biologische ritmen, gaan geïnteresseerd om met nieuwe situaties, voegen zich gemakkelijk en zijn overwegend positief gestemd.

  40. Hoe herken je baby's die ''slow to warm up'' zijn?

    Ze hebben redelijk regelmatige biologische ritmen, reageren enigszins negatief op nieuwe prikkels en passen zich na een tijdje aan.

  41. Tot welke fase behoort de baby periode (het eerste levensjaar)?

    De sensomotorische periode.

  42. Wat is kenmerkend voor de sensomotorische ontwikkeling?

    Het is een periode van de leeftijd van 0 tot 2 jaar, waarbij er zowel gebruik wordt gemaakt van de zintuigen als van de motoriek.

  43. Wat is het grijp reflex?

    Na 2 à 3 maanden verdwijnt de grijpreflex en maakt plaats voor meer actief en gericht grijpen.

  44. Wat betekent het reflex optrekken aan de handen?

    Wanneer de pasgeborene aan de handen wordt opgetrokken, buigt het kind de armen. Er is sprake van een zekere mate van actief optrekken.

  45. Wat is separatie angst?

    Dit is een reactie van onlust als het kind van de primaire verzorgers (ouders) wordt gescheiden. Kinderen huilen, protesteren en vertonen angst als bijvoorbeeld de moeder van het kind weggaat.