Adolescentie (hoofdstuk 9 Ontwikkelingspsychologie)

38 flashcards · Other · by Iris Roelofs

  1. Tot welke fase behoort de adolescentie?

    Formeel-operationeel.

  2. Wat ontwikkelen adolescenten in de formeel-operationele periode?

    Het abstract-logisch denken.

  3. Wat is de leeftijd van de vroege adolescentie?

    Van begin puberteit tot 13 jaar.

  4. Wat houdt de vroege adolescentie in?

    De periode waarin de belangrijkste lichamelijke veranderingen plaatsvinden. Verandering in de relatie met ouders en leeftijdgenoten. Emotioneler, gevoeliger, impulsief. Losmaken van ouders. Directe behoeften tot bevrediging. Willen graag bij groep horen.

  5. Wat is de leeftijd van de midden-adolescentie?

    14 tot 16 jaar.

  6. Wat houdt de midden-adolescentie in?

    De periode van toenemende onafhankelijkheid en van het experimenteren met diverse keuzemogelijkheden. Exploratie en zelfontplooiing. Meer risico's nemen. Graag gevoel voor sensatie. kijken niet naar gevolgen van gedrag. Veel stemmingswisselingen. Durven steeds meer af te wijken.

  7. Wat is de leeftijd van de late adolescentie?

    17 tot volwassenheid/16-22 jaar

  8. Wat houdt de late adolescentie in?

    De periode van het begin van het aangaan verplichtingen ten aanzien van maatschappelijke posities en persoonlijke relaties. Zelfbewuster, meer eigen identiteit, verantwoordelijker. Kijken naar lange termijn, nemen beslissingen. Af en toe onvolwassen, weestand bieden tegen sociale druk.

  9. Waarvoor zijn geslachtshormonen verantwoordelijk?

    Voor de ontwikkeling van de geslachtskenmerken in de puberteit en voor de seksuele functies.

  10. Waardoor worden geslachtshormonen geproduceerd?

    Gonade of geslachtsklieren en door de bijnieren.

  11. Wat zijn de belangrijkste geslachtshormonen?

    Androgenen (waaronder testosteron), oestrogenen en progesteron.

  12. Wat houdt ardenarche in?

    Eerste teken van puberteit. In de adrenarche wordt de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as geactiveerd.

  13. In welke leeftijd is de ardenche?

    6-9 jaar.

  14. Wat houdt gonadrache in?

    In de gonadarche wordt een andere hormoon-as geactiveerd: hypothalamus-hypofyse-gonadarche-as. de gonaden produceren geslachtshormonen en geslachtscellen.

  15. In welke leeftijd is de gonadrache?

    Vanaf ongeveer 9 jaar.

  16. Wat produceert de hypofyse?

    De hormonen.

  17. Welke orgaan scheidt onder anderen androgenen uit?

    De bijnierschors

  18. Wat zijn typische vrouwelijke geslachtshormonen?

    Oestrogenen en progesteron.

  19. Wat zijn typische mannelijke geslachtshormonen?

    Androgenen (waaronder testosteron).

  20. Waardoor wordt de groei van het lichaam versnelt inde puberteit?

    Door toename van androgene hormonen en door toename van andere hormonen waaronder groeihormonen en schildklierhormoon.

  21. Hoe noem je het als je keuzes maakt in welke kennis belangrijk is en welke kennis niet?

    Snoeien.

  22. Welke externe factoren spelen een rol bij het slaap te kort bij adolescenten?

    De druk van school en huiswerk, naschoolse activiteiten zoals sport, sociale activiteiten en gebruik van sociale media.

  23. Wat zijn de biologische factoren van het slaap te kort?

    Er wordt minder melatonine gemaakt.

  24. Wat zijn de gevolgen van een chronisch slaaptekort in de adolescentie?

    Zijn onder andere slaperigheid overdag, afname van schoolprestaties en verlies van plezier in school, zich somber of zich niet lekker voelen en stemmingswisselingen zoals boosheid en verdriet.

  25. Wat houdt seksuele oriëntatie in?

    Met seksuele oriëntatie wordt bedoeld het zich bij voorkeur erotisch aangetrokken voelen tot mannen of vrouwen.

  26. Wat houdt het ''nieuwe'' egocentrisme in tijdens de adolescentie?

    Adolescenten denken dat zij in het middelpunt van de aandacht staan.

  27. In welke stadium bevinden de meeste adolescenten zich volgens Kohlberg?

    Conventionele stadium.

  28. In welk stadium zitten den adolescenten volgens Erikson?

    Identiteit versus identiteitsverwarring/rolverwarring.

  29. Wat houdt het stadium identiteit versus identiteitsverwarring/rolverwarring in?

    In dit stadium maken de adolescenten keuzes op het gebied van opleiding of beroep, morele en religieuze waarden, politieke ideologieën en keuzes rond relatievorming en maatschappelijke rollen.

  30. Wat speelt in adolescenten vriendschappen aangaan in grote rol?

    trouw en loyaliteit.

  31. Hoe noem je het als individuen binnen een groep leeftijdgenoten een bepaalde positie hebben ten opzichte van elkaar?

    De sociale status.

  32. Welk opvoedingspatroon is een gunstig verloop van de ontwikkeling in de adolescentie?

    Het structurerend-reciproke opvoedingspatroon.

  33. Wat zijn de negatieve invloeden van sociale media?

    Negatieve invloeden op de zich ontwikkelende hersenen in de adolescentie, slaaptekort, vermindering van lichamelijke activiteiten en online pesten.

  34. Wat houdt identity achievement in?

    Angaan van verplichtingen, veel experimenteren

  35. Wat houdt foreclousure in?

    Zonder voldoende te experimenteren met diverse rollen en keuzes passen deze adolescenten zich aan de ouders of andere autoriteiten en maken dus onvoldoende gebruik van de rijkdom aan ontplooiingsmogelijkheden. (aangaan van verplichtingen, veel experimenteren)

  36. Wat houdt identity-confusion in?

    Wanneer adolescenten niet tot een gezond exploreren en experimenteren komen, maar zich terugtrekken. Zij leven bij de dag en hebben geen langertermijndoelen. (niet aangaan van verplichtingen, weinig experimenteren)

  37. Wat houdt moratorium in?

    De periode waarin de adolescent kan experimenteren voordat hij of zijn de verantwoordelijkheden een zorgen van het volwassen leven op zich moeten nemen. (niet aangaan van verplichtingen, veel experimenteren.

  38. Wat betekend parent-child involvement en monitoring?

    Het beste is als ouders duidelijk betrokken blijven bij hun kind en weten wat het doet en waar het is. Ouders moeten grenzen blijven stellen, maar zullen dit niet op autoritaire, eenzijdig eisende manier doen, maar door te overleggen en door commentaar te geven. Daarmee wordt kinderen als het ware door de ouders geleerd zelf beslissingen te nemen die niet schadelijk zullen zijn.