ontwikkelingspsychologie H6(peutertijd)

47 flashcards · Psychology · by Rianka Bonte

  1. Welke doelgroep noemen wij een peuter?

    Dreumesen en kinderen 2-4 jaar

  2. wat gebeurt er bij peuters op cognitief gebied?

    -ze kunnen nu eenvoudige oorzakelijke verbanden in het dagelijks leven leggen. -Ook magisch denken speelt een rol denk aan spoken & heksen.

  3. Wat betekent Egocentrisme.

    Alleen denken en kijken uit eigen perspectief. Niet kunnen verplaatsen naar een ander. Bijvoorbeeld: Alles wat hij leuk vind vind een ander ook leuk.

  4. Wat betekent Animisme?

    Alles om zich heen tot leven brengen. Bijvoorbeeld: je mag bloemen geen pijn doen

  5. Wat betekent Artificialisme?

    De mens heef allen gemaakt, ook de natuur.

  6. Wat betekent Realisme?

    Real maken van dingen die het misschien niet zijn. Dromen en gedachten zijn echt tastbaar. Bijvoorbeeld: denkbeeldige vriendjes.

  7. Betekenis van spraak?

    Productie van betekenis volle klanken, Uitingsvorm van taal

  8. Wat is de sociale leertheorie

    Taalontwikkeling is proces van imiteren en bekrachtigen.

  9. Hoe denkt Chomsky over taal?

    Taalvermogen is aangeboren

  10. Hoe denkt Piaget over taal?

    Het kind bouwt zijn kennis over taal op door adaptatie

  11. Hoe denkt Vygotsky over taal?

    omgeving speelt rol in de taal ontwikkeling datgene wat een volwassene aan het kind leert. Ze hebben sturende rol om de kloof te overbruggen wat het kind al weet en wat het kan leren met hulp van de volwassene.

  12. Waar hebben taal en spraakproblemen invloed op?

    gedrag, emotionele ontwikkeling & schoolse vaardigheden

  13. Wat is symbolische representatie

    Dit krijgen kinderen rond de leeftijd van 18 maanden rond dezelfde tijd als objectpermanentie. Innerlijk Beeld en vormen vasthouden Zorgt voor mogelijkheid verbinding van innerlijke wereld van kinderen en de buitenwereld

  14. Wat is fonologie?

    Klanken en regels waarmee klanken worden gecombineerd tot woorden, intonatie & klemtoon Bijvoorbeeld: Verschil tussen bal & bak leren

  15. Wat is Morfologie?

    betekenis volle elementen, waarom is het woord wat het is, betekenis van het woord. Opbouw, historie, Bijvoorbeeld: zandbak heeft 2 morfenen.

  16. Wat betekent Semantiek?

    betekenis die het nu heeft, woorden en zinnen.

  17. Wat betekent Syntax?

    grammaticale regels waar woorden tot zinnen worden gecombineerd

  18. Wat betekent Pragmatiek?

    Gebruik van taal in sociale context zoals initiëren en onderhouden van conversatie

  19. Hoe word de taalontwikkeling in het eerste jaar genoemd?

    pre-linguale fase (dan is er nog geen spraken van echte spraak)

  20. Welke leeftijd zit in de vroeg-linguale fase? en wat houd het in?

    12 maanden-2,5 jaar bestaat uit het leren van woorden, grammaticale regels en het leren van zinnen.

  21. welke 2 cognitieve vaardigheden hebben kinderen aan het einde van hun 2e levensjaar geleerd?

    Symbolisch denken en objectpermanentie

  22. wat zijn de bouwstenen van taal?

    fonologie, morfologie, semantiek, syntax & pragmatiek

  23. Wanneer behoren kinderen bij de 25% meest traag ontwikkelde kinderen behoren.

    als kinderen inde tweede helft van hun 2e levensjaar mindern dan 37 woorden spontaan gebruiken en niet verder komen dan 1 woords zinnen

  24. Wat is onder-extensie?

    woord wordt toegepast op kleiner aantal voorwerpen of gebeurtenissen dan waarvoor ze geschikt zijn Bijvoorbeeld alleen bal zeggen tegen de bal waarneer ze speelt en niet andere soortenballen.

  25. wat is over-extensie?

    De betekenis van een woord wordt uitgebreid, bijvoorbeeld ‘vliegtuig’ ook voor helikopter of dat alle mannen ‘papa’ worden genoemd

  26. hoe goed is de taal ontwikkeling van een kind van 18-23 maanden?

    gemiddeld 100 woorden zinnen ruim 2 woorden

  27. hoe goed is de taal ontwikkeling van een kind van 24-29 maanden?

    gemiddeld 184 woorden zinnen ruim 3.5 woorden

  28. hoe goed is de taal ontwikkeling van een kind van 30-35 maanden?

    gemiddelde 226 woorden zinnen ruim 4 woorden

  29. Wat zijn syntaxregels

    betekent zinsbouw de manier waarop woorden samen woordgroepen en zinnen vormen Denk aan: zelfstandig naamwoorden, werkwoorden & bijvoeglijke naamwoorden

  30. Wat betekent overregularisatie?

    Als kinderen regels toepassen waar ze uitzonderingsregels hadden moeten gebruiken Bijvoorbeeld: Ik heb geslaapt

  31. Wat is lateralisatie?

    Dit is wanneer gedurende de ontwikkeling 2 hersenhelften gespecialiseerd in bepaald cognitieve fucties raken

  32. Wat zijn de mijlpalen en de leeftijd van de biologisch ontwikkeling?

    -Even los staan =rond verjaardag 1e levensjaar -Lopen met hulp=15 maanden (2e/3e levens jaar) -loslopen= 20 maanden(2e/3e levensjaar) -traplopen met ondersteuning=27maanden(2e/3e levensjaar)

  33. Wanneer hoort een kind overdag zinnelijk te zijn?

    32maanden voor meiden 35 maanden voor jongens

  34. Wanneer horen kinderen ongeveer zinnelijk te zijn?

    31-37 maanden

  35. Welke angst neemt er in het begin van het 2e levens jaar toe en aan het einde weer af?

    Angst voor vreemden

  36. Wat gebeurt er bij een peuter op het gebied van autonomie?

    objectpermanentie psychologische contact naast fysiek contact zelf dingen kunnen veroorzaken -experimenteren Eigen 'baas' kunnen zijn 'zelf doen"

  37. Wat gebeurt er bij een peuter op het gebied van emoties?

    Meer gedifferentieerde emoties: schuld schaamte, verlegenheid & trots ontwikkelen zelfcontrole over emoties Krijgen "Temper tantrums"

  38. Wat gebeurt er bij een peuter op het gebied van zelf herkenning?

    -Bewust wording van eigen kunnen -Woorden= ik & jij -Eigen visueel beeld herkennen -onderscheid zichzelf en de ander

  39. Wat Is een ander woord voor peutertijd?

    Koppigheidsfase

  40. Wat gebeurt er bij een peuter op het gebied van relaties met anderen?

    Naast elkaar spelen. na 3 jaar weer meer samen taal is eerst nog voor begeleiden eigen acties en gedachtes worden zelfstandiger naar ouders toe of van ouders weg bewegen niet altijd meer fysiek contact soms ook gewoon door kijken of praten aandacht delen ( als ze broertje of zusje krijgen)

  41. Wat zijn ongedifferentieerde emoties?

    de hoeveelheid emoties van een kind die hij niet goed kan uiten 1e levensjaar negatieve emoties (pijn, angst & boosheid & positieve emoties (lachen en trappelen van plezier (2e levensjaar schuld, schaamte, verlegenheid & trots)

  42. Wat komt er kijken bij de rijping van de hersenen( frontale hersenkwab?

    -neemt het vermogen toe om de aandacht te richten en vast te houden -om gedrag af te remmen

  43. Wat komt er kijken bij de rijping van de hersenen( zenuwstelsel & centrale zenuwstelsel)

    -zinnelijkheid -kind krijgt controle over impuls om te plassen

  44. Wat is laveren

    moeilijk woord voor kiezen

  45. Welke problemen kunnen vaak goed herkend worden in de peutertijd?

    -autisme -handicap -kindermishandeling

  46. Wat zijn de 5 verschillende kindermishandeling vormen?

    lichamelijke mishandeling psychische mishandeling lichamelijke verwaarlozing psychische verwaarlozing seksueel misbruik

  47. hoeveel procent van de kinderen ( in 2017) werd mishandelt van 0-18 jaar

    3%