Dutch Basic Words
64 flashcards · Other · by Philip Watson
Oordelen op uiterlijk is het laatste menselijke vooroordeel
judging by appearance / prejudice
Hoe zou het oppervlak van Mars eruitzien
look like
Geruchten over uw schoonheid verspreiden zich ver
Rumors about your beauty spread far
Mijn zoon heeft het verstand van een kind
the intellect
Af en toe is hij stout, maar hij is niet slecht
naughty
Wieluster nog een ijsje?
Who still wants some ice cream? (strong desire)
Door hem ken ik de vreugde van leren
Through him I know the joy of learning
Hij wil de verrassing niet verpesten
He doesn't want to ruin the surprise.
Nou Lew, ik vraag me af wie van ons gelijk krijgt
Well, Lew, I wonder which of us is right.
Mijn burgers zullen niet meer lang lijden aan de verkoudheid
My citizens will no longer suffer from the common cold
Onderweg is er een zwaar ongeval gebeurd, maar er waren geen gewonden
Along the way a major accident happened, but there were no injuries
Hij schonk zign vrouw voor hun trouwdag een dure ring met diamanten
He gave his wife an expensive ring with diamonds for their wedding day
Als u een boodschap wilt achterlaten
If you want to leave a message
Ik lees geen boeken met meer dan vijfhonderd bladzijden
I don't read books with more than five hundred pages
Kan jij me een blad papier geven?
Can you give me a sheet of paper?
Een officier moet z'n plicht doen
An officer must do his duty
Ik weet niet of we morgen kunnen gaan barbecuen. Dat hangt van het weer af.
I don't know if we can barbecue tomorrow. That depends on the weather.
hij onderzocht het toestel heel zorgvuldig
he examined the device very carefully
Hij heeft me laten beloven dit nooit aan Sofie te vertellen
He made me promise never to tell Sofie
Die ruines zullen zichzelf niet gaan onderzoeken
Those ruins will not examine themselves
Dus de albumrelease van ickarus is geannuleerd, verschoven
delayed
Edelachtbere, ik wil de getuige graag ondervragen
witness
De politie heeft nog altijd geen bewijs dat hij de dader is
The police still have no proof that he is the perpetrator
haar echtgenoot is naar het schijnt erg rijk
Her husband (spouse), so it seems, is really rich
Excuseer dat ik onderbreek, David
Excuse me for interrupting, David
Ik wilde het niet doen, hij heeft me het bevolen
I didn't want to do it, he ordered me to
Daarom is een mensenleven zo waardevol
That is why human life is so valuable
Je kan het niet ontkennen. We hebben een getuige.
You can't deny it. We have a witness
Mijn lerares wiskunde was een heel knappe vrouw
My math teacher was a very pretty woman.
Dat is toch onmogelijk! Denk toch eens even na!
That is impossible! Think about it!
Ik kan me niet herinneren dat ik je dat ooit heb verteld
I don't remember me telling you that.
Ik interesseer me niet bijzon- der voor politiek
I am not particularly interested in politics.
Zijn nieuwe vriendinnetje is een heel lief meisje
His new girlfriend is a very sweet girl.
Ik ben trots op je. Je hebt goed gewerkt
I'm proud of you. You worked well.
Hij is echt niet dom, hij is gewoon heel erg lui
He really isn't stupid, he's just very lazy.
Als leraar moet je tegenwoordig heel erg geduldig zijn
As a teacher you have to be very patient nowadays
Als je van me houdt, moet je dat af en toe toch ook maar eens tonen
If you love me, you have to show that once in a while ...
Waarom kijk je zo bezorgd
Why do you look so worried
Ik kan die doos niet alleen dragen, ik ben niet sterk genoeg
I cannot carry that box alone, I am not strong enough.
Ik kan namen niet goed onthouden, ik heb nogal een zwak geheugen
I can't remember names well, I have a weak memory
Waarom huil je? Heb je je pijn gedaan?
Did you hurt yourself?
Ik heb gehoord dat ze aan een besmettelijke ziekte lijdt
I heard she's suffering from a contagious disease
Geloof jij dat God bestaat?
Do you believe that God exists?
In de oorlog moet je vechten voor je bestaan
In the war you have to fight for your existence.
Als ik moet werken sta ik ’s morgens altijd om tien voor zeven op
When I have to work, I always get up at ten to seven in the morning
Ik geloof dat hij me niet kan uitstaan. Hij gunt me geen blik.
I don't think he can stand me. He doesn't look at me.
Die lol moet je hem niet gunnen.
Don't grant / award / give him the pleasure (fun)
Je lijkt een beetje overwerkt. Wanneer heb je vakantie?
You seem a bit overworked. When do you have vacation?
Ik hou van de klank van oude piano’s
I love the sound of old pianos.
Van dat lange wandelen ben ik moe
I'm tired from that long walk
Die stof voelt echt zacht aan, is dat zijde
That fabric feels really soft, is that silk?
Lieveling, wat ruikt er hier zo lekker? Heb jij gekookt?
Darling, what smells so good here? Did you cook?
Je stinkt naar het zweet
You stink of sweat
Heb je soms nog ergens een nieuwe tandenborstel liggen?
Do you by any chance have a new toothbrush somewhere?
Ik heb hier ergens wat brandy
I have some brandy here somewhere
Jij hoeft je haar niet te borstelen, je hebt er geen meer!
You don't have to brush your hair, you don't have any more!
Heb jij soms een kam? Mijn haar is helemaal in de war
Do you by any chance have a comb? My hair is completely confused.
We moeten zo snel mogelijk handelen, anders is het te laat
We must act as quickly as possible, otherwise it will be too late.
Je had beloofd dat je je zou gedragen
You promised you would behave.
We moeten iedere dag een goede daad verrichten
We must do a good deed every day.
Dat was echt een onbezonnen handeling. Waarom heb je niet nagedacht?
That was really a brash act. Why didn't you think about it?
Wat ben je aan het doen?
What are you doing?
Misschien wilt u hier nog iets aan toevoegen?
to add
Het gulzige kind vulde zijn zakken met snoepjes
The greedy child filled his bags with sweets.