Dutch Basic Words

64 flashcards · Other · by Philip Watson

  1. Oordelen op uiterlijk is het laatste menselijke vooroordeel

    judging by appearance / prejudice

  2. Hoe zou het oppervlak van Mars eruitzien

    look like

  3. Geruchten over uw schoonheid verspreiden zich ver

    Rumors about your beauty spread far

  4. Mijn zoon heeft het verstand van een kind

    the intellect

  5. Af en toe is hij stout, maar hij is niet slecht

    naughty

  6. Wieluster nog een ijsje?

    Who still wants some ice cream? (strong desire)

  7. Door hem ken ik de vreugde van leren

    Through him I know the joy of learning

  8. Hij wil de verrassing niet verpesten

    He doesn't want to ruin the surprise.

  9. Nou Lew, ik vraag me af wie van ons gelijk krijgt

    Well, Lew, I wonder which of us is right.

  10. Mijn burgers zullen niet meer lang lijden aan de verkoudheid

    My citizens will no longer suffer from the common cold

  11. Onderweg is er een zwaar ongeval gebeurd, maar er waren geen gewonden

    Along the way a major accident happened, but there were no injuries

  12. Hij schonk zign vrouw voor hun trouwdag een dure ring met diamanten

    He gave his wife an expensive ring with diamonds for their wedding day

  13. Als u een boodschap wilt achterlaten

    If you want to leave a message

  14. Ik lees geen boeken met meer dan vijfhonderd bladzijden

    I don't read books with more than five hundred pages

  15. Kan jij me een blad papier geven?

    Can you give me a sheet of paper?

  16. Een officier moet z'n plicht doen

    An officer must do his duty

  17. Ik weet niet of we morgen kunnen gaan barbecuen. Dat hangt van het weer af.

    I don't know if we can barbecue tomorrow. That depends on the weather.

  18. hij onderzocht het toestel heel zorgvuldig

    he examined the device very carefully

  19. Hij heeft me laten beloven dit nooit aan Sofie te vertellen

    He made me promise never to tell Sofie

  20. Die ruines zullen zichzelf niet gaan onderzoeken

    Those ruins will not examine themselves

  21. Dus de albumrelease van ickarus is geannuleerd, verschoven

    delayed

  22. Edelachtbere, ik wil de getuige graag ondervragen

    witness

  23. De politie heeft nog altijd geen bewijs dat hij de dader is

    The police still have no proof that he is the perpetrator

  24. haar echtgenoot is naar het schijnt erg rijk

    Her husband (spouse), so it seems, is really rich

  25. Excuseer dat ik onderbreek, David

    Excuse me for interrupting, David

  26. Ik wilde het niet doen, hij heeft me het bevolen

    I didn't want to do it, he ordered me to

  27. Daarom is een mensenleven zo waardevol

    That is why human life is so valuable

  28. Je kan het niet ontkennen. We hebben een getuige.

    You can't deny it. We have a witness

  29. Mijn lerares wiskunde was een heel knappe vrouw

    My math teacher was a very pretty woman.

  30. Dat is toch onmogelijk! Denk toch eens even na!

    That is impossible! Think about it!

  31. Ik kan me niet herinneren dat ik je dat ooit heb verteld

    I don't remember me telling you that.

  32. Ik interesseer me niet bijzon- der voor politiek

    I am not particularly interested in politics.

  33. Zijn nieuwe vriendinnetje is een heel lief meisje

    His new girlfriend is a very sweet girl.

  34. Ik ben trots op je. Je hebt goed gewerkt

    I'm proud of you. You worked well.

  35. Hij is echt niet dom, hij is gewoon heel erg lui

    He really isn't stupid, he's just very lazy.

  36. Als leraar moet je tegenwoordig heel erg geduldig zijn

    As a teacher you have to be very patient nowadays

  37. Als je van me houdt, moet je dat af en toe toch ook maar eens tonen

    If you love me, you have to show that once in a while ...

  38. Waarom kijk je zo bezorgd

    Why do you look so worried

  39. Ik kan die doos niet alleen dragen, ik ben niet sterk genoeg

    I cannot carry that box alone, I am not strong enough.

  40. Ik kan namen niet goed onthouden, ik heb nogal een zwak geheugen

    I can't remember names well, I have a weak memory

  41. Waarom huil je? Heb je je pijn gedaan?

    Did you hurt yourself?

  42. Ik heb gehoord dat ze aan een besmettelijke ziekte lijdt

    I heard she's suffering from a contagious disease

  43. Geloof jij dat God bestaat?

    Do you believe that God exists?

  44. In de oorlog moet je vechten voor je bestaan

    In the war you have to fight for your existence.

  45. Als ik moet werken sta ik ’s morgens altijd om tien voor zeven op

    When I have to work, I always get up at ten to seven in the morning

  46. Ik geloof dat hij me niet kan uitstaan. Hij gunt me geen blik.

    I don't think he can stand me. He doesn't look at me.

  47. Die lol moet je hem niet gunnen.

    Don't grant / award / give him the pleasure (fun)

  48. Je lijkt een beetje overwerkt. Wanneer heb je vakantie?

    You seem a bit overworked. When do you have vacation?

  49. Ik hou van de klank van oude piano’s

    I love the sound of old pianos.

  50. Van dat lange wandelen ben ik moe

    I'm tired from that long walk

  51. Die stof voelt echt zacht aan, is dat zijde

    That fabric feels really soft, is that silk?

  52. Lieveling, wat ruikt er hier zo lekker? Heb jij gekookt?

    Darling, what smells so good here? Did you cook?

  53. Je stinkt naar het zweet

    You stink of sweat

  54. Heb je soms nog ergens een nieuwe tandenborstel liggen?

    Do you by any chance have a new toothbrush somewhere?

  55. Ik heb hier ergens wat brandy

    I have some brandy here somewhere

  56. Jij hoeft je haar niet te borstelen, je hebt er geen meer!

    You don't have to brush your hair, you don't have any more!

  57. Heb jij soms een kam? Mijn haar is helemaal in de war

    Do you by any chance have a comb? My hair is completely confused.

  58. We moeten zo snel mogelijk handelen, anders is het te laat

    We must act as quickly as possible, otherwise it will be too late.

  59. Je had beloofd dat je je zou gedragen

    You promised you would behave.

  60. We moeten iedere dag een goede daad verrichten

    We must do a good deed every day.

  61. Dat was echt een onbezonnen handeling. Waarom heb je niet nagedacht?

    That was really a brash act. Why didn't you think about it?

  62. Wat ben je aan het doen?

    What are you doing?

  63. Misschien wilt u hier nog iets aan toevoegen?

    to add

  64. Het gulzige kind vulde zijn zakken met snoepjes

    The greedy child filled his bags with sweets.