Motorisch leren echt
207 flashcards · Psychology · by Hanne Siebelink
Kwalitatieve feedback
Informatie over het hoe van de actie meestal bij gevorderde
Motorische Controle en leren (Universiteit Gent)
Studocu is not sponsored or endorsed by any college or university
Definitie
controle
Geheel van processen die ervoor zorgen dat een intentie tot handelen ook effectief in die handeling wordt omgezet
Leren
De veranderingen in deze processen tijdens het systematisch oefenen van een handeling
Ontwikkeling
Veranderingen in deze processen door natuurlijke ontwikkeling
Motorische vaardigheid (motor skill) / handeling (action)
Geheel van bewegingen van lichaamsdelen die bewuste en doelgericht uitgevoerd worden en aangeleerd zijn
Beweging
Deelcomponente van vaardigheid en kan op verschillende manieren tot dezelfde vaardigheid leiden
Doelgericht
Omzetten van een intentie in een succesvolle actie
Consistent
Systematisch reproduceerbaar
Efficiënt
Minimaal energieverbruik zowel fysiek als mentaal
Optimale timing
Timing moet aangepast zijn aan situatie (is niet beste snelheid)
Ability
Persoonlijke en relatief stabiele eigenschap die de onderbouw vormt van iemands potentieel voor een specifieke taak
Motor ability
Persoonlijke en relatief stabiele eigenschap die de onderbouw vormt van iemands potentieel voor een specifiek motorische taak
All-round performers
Goed in alles wat met motorisch gedrag te maken heeft
All-round learners
Makkelijk nieuwe handelingen aanleren
General motor ability
Alle abilities zijn sterk gerelateerd aan elkaar en reflecteren in feite 1 onderliggende eigenschap (gen?) niet deze theorie
Specific motor ability
Alle abilities zijn niet of nauwelijks met elkaar gerelateerd deze theorie klopt
Skill/vaardigheid
Gevolg van oefening, plastisch door oefening, theoretisch onbeperkt en gebaseerd op abilities
Ability/eigenschap
Genetisch bepaald, stabiel en blijvend, beperkt aantal en basis voor vaardigheden
All-round atleet
Beschikt over een groot aantal abilities die op hoog niveau aanwezig zijn
Perceptual motor abilities
Perceptie vb = oog-hand coordinatie
Physical abilities
Lichamelijke vaardigheden vb = rompkracht, dynamische kracht,…
Taakanalyse
Opsplitsen van een vaardigheid in verschillende deelbewegingen en van daaruit de noodzakelijke abilities afleiden
Vaardigheidsprocessen
1. Waarnemen relevantie informatie = stimulus identificatie 2. Beslissen: wat doen en hoe = respons selectie en respondse programmering 3. Productie van georganiseerde spieractiviteit = respons uitvoering
Vaardigheidscomponenten
1. Posturale componenten 2. Locomotorische componenten/ transportcomponenten 3. Manipulatiecomponenten
Gesloten taak
Je beslist alles zelf, geen invloed van onverwachte dingen
Open taak
Afhankelijk van de omgeving
Continu/repititieve taak
Veel herhaling
Discrete taak
Activiteit eindigt
Seriele taak
Herhalen en het heeft een einde
Regulerende condities
Stationair/bewegend zowel fysieke omgeving als andere spelers/tegenstanders
Intertrial variabiliteit
Ja/nee lokt de omgeving variatie uit?
Kwalitatieve meting
Beoordelen van uitvoering het proces
Kwantitatieve meting
Beoordelen van het resultaat het product
Reactietijd
Tijdsverloop tussen signaal en eerste merkbare beweging
Movement time
Tijd nodig om beweging of actie volledig uit te voeren vanaf de eerste merkbare beweging
Respons time
Reactietijd + movement time
Premotor time
Prikkel en eerste elektromyografische activiteit (geen beweging, enkel signaaloverdracht)
Motor time
Spiercontractie (drempelwaarde overschreden)
Constant error
Wiskundig gemiddelde
Experiment van Scott Kelso
Zelfde coordinatiepatroon onder tijdsdruk blijven uitvoeren (met je vingers en steeds sneller)
Elektroencephalogram
Capteren wanneer en welke groepen van neuronen iets doen door registratie van voltages - Directe meting (je meet wanneer het neuron actief IS) - Niet invasief - Grote bewegingsvrijheid - Hoge temporele resolutie - Lage spatiële resolutie - Focus op oppervlakkige bronnen van potentialen
Positron emission tomografie
Je gebruikt energie en nadien gaan chemische processen die energie aanvullen en dat meten we - Hoge spatiele resolutie - Activiteit van dieper gelegen zones ook in kaart brengen - Invasief - Indirecte meting via metabole activiteit - Lage temporele resolutie - Beperkte bewegingsvrijheid - duur
Functionele magnetische resonantie imaging
Dmv magnetisch veld worden waterstofatomen gealigneerd en komt er energie vrij die wordt gedetecteerd via metabole activiteit - niet invasief - hoge spatiele resolutie - ook activiteit dieper gelegen zones (slices maken van de hersenen) - indirect - lage temporele resolutie - duur - voorzorgsmaatregelen
Theorie
Geheel van regels of concepten
Beschrijving
Blootleggen van de belangrijke variabelen in een specifiek gedrag
Voorspelling
Aantonen dat die specifieke variabelen verantwoordelijk zijn voor een bepaald gedrag
Fitts’ law
Movement time = a + b log2 (2D/W) ➔ D neemt toe accuraatheid daalt/MT stijgt ➔ W neemt toe accuraatheid stijgt/MT daalt
Index of difficulty
Log2 (2D/W) langere tijdsduur = moeilijkere taak
Co-orde
Hoek-hoek diagram = patroon van bewegingen van lichaam/- ssegmenten ten opzichte van bewegingen van omgeving/- sselementen relatie tussen taak-persoon-omgeving
Vrijheidsgraden
Bewegingsmogelijkheden
Coordinatie
Oplossen van probleem van de vrijheidsgraden er zijn zoveel vrijgheidsgraden en toch kom je toch tot de combinatie die jij wenst!
Dualisme
Mens is opgedeeld in lichaam-geest
Informatietheorestische benadering
Vanuit het controlesysteem wordt een commando gestuurd en dat wordt uitgevoerd waarna er bijsturing/feedback teruggestuurd wordt er moet een plan zijn om iets te kunnen doen
Operationele timing
Er is een identiek programma maar enkel een variabel starttijdstip = open lus variant
Open-lus theorie
Er is een vooraf vastgelegd programma ofwel in het geheugen, ofwel tussen de intentie en uitvoering van de actie - Actie vooraf gepland - Geen terugkoppelingsinformatie - Geen correctie mogelijk
Gesloten lus theorie
Mini-motorisch programma voor de initiatie van de beweging en verdere controle gebeurd via feedback - Initiatie van de actie is gepland - Onmiddellijk daarop wordt de controle overgenomen door evaluatie op basis van feedback - Correctie is mogelijk
Gegeneraliseerd motorisch programma
1 programma voor een klasse van acties ipv 1:1 relatie voor elke variant een handeling behoort tot dezelfde klasse indien ze dezelfde invariantie kenmerken deelt (in zelfde programma opgeslagen): - Dezelfde spiergroepen - Dezelfde volgorde - Dezelfde relatieve timing - Dezelfde relatieve krachtinzet = open closed loop: er is geen onmiddellijke bijsturing maar we verbeteren de volgende uitvoeringen door voorgaande ervaringen deze info wordt verzamelt in een motor response schema
Phillippson step cycle
E1: knieextensie tot hielcontact E2: hielcontact tot minimale kniehoeksteun E3: minimale kniehoek tot afstoot F: afstoot tot minimale kniehoek zwaai
Deafferentiatie experimenten
Blokkeren afferente zenuwbanen (gevoelloos)
Blokconditie
Je kent de nodige informatie al voor het uitvoeren van de handeling
Random conditie
Pas als de beweging al ingezet moet worden krijg je de nodige informatie
Perifere autonomie
Bepaalde aspecten van de bewegingsuitvoering passen zich zeer onbewust heel goed aan zonder dat we er bewust van zijn
Dynamische systeemtheorie
1. Niet lineariteiten 2. Stabiliteit/attractoren 3. Orde- en controleparameters 4. Zelforganisatie 5. Coordinatieve structuren = kernwoorden die beschrijven hoe de beweging aangestuurd wordt 1. Perceptie actie koppeling 2. Affordances 3. Body-scaled information = hoe info binnenhalen om beweging te sturen
Ordeparameter
Één getal dat beschrijft hoe de beweging eruit ziet beschrijft het systeem
Controleparameter
Parameter die ervoor zorgt dat het systeem overslaat en dat bepaald overgang controleert het systeem
Hysteresis
Van ene naar andere attractor overschakelen overgang van de ene naar de andere attractor
Attractoren
Stabiel patroon: bij een lichte verstoring keert het systeem terug naar datzelfde coordinatiepatroon
Coordinatieve structuren
Flexibele eenheid van spieren, gewrichten , neuronen die samenwerken in functie van een doel = functionele eenheid
Intrinsieke coordinatieve structuren
Natuurlijke voorkeur
Extrinsieke coordinatieve structuren
Door oefening of training eigen gemaakt (moeilijk aan te leren)
Affordances
Betekenis van informatie is voor elk individu direct waarneembaar en specifieert direct wat te doen
Body scaled information
Affordance wordt mee bepaald door de eigen lichaamskarakteristieken en mogelijkheden
Swinging room paradigma
Conflict tussen vestibulair, sensorisch en visueel systeem waarbij visueel systeem dominant is je staat in een kamer met wieltjes en de kamer beweegt naar voor en naar achter en je gaat onbewust mee bewegen want enkel visueel apparaat zal signalen ontvangen!
Indeling informatie
- Visueel - Auditief - Olfactorisch - Tactiel/proprioceptief - Smaak - vestibulair
Proprioceptief
Verschaft lichaamseigen informatie
Exteroceptief
Informatie over de omgeving (vnml visueel)
Exproprioceptief
Informatie over positie en beweging via visuele kanaal
Golgi-apparaatjes
Bevinden zich in spieren en geven proprioceptieve informatie over spanningsveranderingen
Spierspoeltjes
Bevinden zich in spieren en geven proprioceptieve informatie over rek in de spiervezels
Gewrichtsreceptoren
Geven proprioceptieve informatie over inwerkende kracht en angulaire informatie
Sensorische polyneuropathie
Patiënten krijgen enkel sensorische informatie over pijn en temperatuur bij pointing taak met visuele info weinig verschil met gezonde mensen minder nauwkeurig als visuele info wegvalt
Pressure cuff-techniek
Lang opgepompt laten ➔ arm ‘slaapt’ weinig achteruitgang van de controle van beweging
Peesvibratie techniek
Met naald in de pees en trillingen op de pees laten ➔ verstoring van proprioceptieve feedback omdat reksensoren id spierspoeltjes in de war zijn verstoring in controle van geïsoleerde beweging verstoring in inter-ledematen coördinatie
Occlusietechnieken
Deel van de visuele info maskeren
Temporele occlusie
Wanneer informatie ontbreekt: je krijgt alle info tot op een bepaald tijdstip
Event occlusie
Welke informatie ontbreekt: je krijgt alle info buiten 1 belangrijk deel
Oogbewegingsregistratie
Een brilletje registreert waar je je centrum van je zicht plaatst (wanneer en wat)
Top down
Visuele aandacht wordt gericht vanuit het doel van de persoon (we zoeken naar bepaalde info)
Bottom-up
Visuele aandacht wordt getrokken naar opvallende kenmerken uit de omgeving (attractieve info bepaald kijkgedrag)
Centraal zicht
Je wil je concentreren op een object om er informatie over te verkrijgen foveaal – 5°
Perifeer zicht
Je wil informatie over de omgeving, bewegende ledematen,… 160° verticaal, 200° horizontaal
Monoculair zicht
Één oog ➔ geen dieptezicht
Binoculair zicht
Twee ogen
Etappes van informatieverwerking
1. je verkrijgt sensorische info 2. stimulus identificatie 3. respons selectie 4. respons programmering 5. actie
Stimulus identificatie
Doet stimulus detectie (staat in contact met geheugen en wordt beïnvloed door helderheid en intensiteit) en patroonherkenning (op zoek naar relevante kenmerken en interne representatie van de stimulus)
Respons selectie
Op basis van de representatie keuzemogelijkheden en selectie van antwoord
Respons programmering
Hoe moet het motorisch antwoord uitgevoerd worden (spieren, wanneer,….)