frans vocabulair
136 flashcards · French · by Ella Brennan
l'appartement
m het appartement
l'étage
m de verdieping
le numero
het nummer
le rez-de-chaussée
het gelijkvloers
l'adresse
f het adres
l'annonce
f de advertentie
les coordonées
f de contactgegevens
chercher
zoeken, halen
être à la recherche de
op zoek zijn naar
être libre
vrij zijn
fixer (un) rendez-vous
een afspraak maken
louer
huren
montrer
tonen
s'intéresser à
zich interesseren voor
visiter
iets bezoeken
à louer
te huur
à vendre
te koop
monter
naar boven gaan
rendre visite à
iemand bezoeken
l'ascenseur
m de lift
le chauffeur
de chauffeur
de vrijgezel le célibataire
de wijk le quartier
de slaapkamer la chambre à coucher
het licht la lumière
de eetkamer la salle à manger
aangenaam agréable
balsport spelen jouer à
instrument bespelen jouer de
petanquen jouer à la pétanque
Duitsland v l'Allemagne
Engeland v l'Angleterre
België la Belgique
Spanje v l'Espagne
Frankrijk la France
Italië v l'Italie
Luxemburg le Luxembourg
Nederland m les Pays-Bas
Polen la Pologne
Portugal le Portugal
Turkije la Turquie
de Engelsman l'Anglais
de Spanjaard l'Espagnol
de Fransman le Français
de Luxemburger le Luxembourgeois
de Nederlander le Néerlandais
de Pool le Polonais
de Portugees le Portugais
het Luxemburgs le Luxembourgeois
het Portugees le portugais
het Turks le turc
begrijpen/ verstaan
begrijpen/ verstaan
geboren zijn
être né(e)
voor de vrouwelijke vorm van de inwoners volg je de algemene regel: féminin= masculin+e
land en inwoners schrijf je met een hoofdletter
de taal schrijf je zonder hoofdletter
vrouwelijk land= en
mannelijk land= au
land in het meervoud= aux
het bureau le bureau
de hoek le coin
het plan le plan
de kast f l'armoire
het rek f l'étagère
de kleerkast la garde-robe
de lamp la lampe
het nachtkkastje la table nuit
de televisie la télé(vision)
uitstekend exellent(e)
geweldig génial(e)
praktisch pratique
volgend prochain(e)
verhuizen déménager
plaatsen/ leggen/ zetten mettre
aanbieden offrir of donner
wacht attends
veel tijd hebben avoir beaucoup de temps
welkom bienvenue
dat komt goed uit Ça tombe bien
het is geen goed idee ce n'est pas une bonne idée
het zal geweldig zijn ce sera super!
schat/lieveling chéri(e)
in elk geval de toute façon
en u bent/ jullie zijn? et vous êtes?
uitstekend idee excellente idée
er is niet voldoende plaats il n'y a pas assez de place
ik zou graag j'aimerais
ik vind dat je trouve que
de zetel staat op de juiste plaats le fauteuil est à la bonne place
ik hou er niet zo van moi, je n'aime pas trop
vertrekken we? on y va?
perfect parfait
misschien peut-être
super goed idee super bonne idée
het geluk le bonheur
het kader/ de omlijsting le cadre
de kartonnen doos le carton
de oplader le chargeur
de collega le collègue of la collègue
de verhuizer le déménageur