3.3 - Monohybride kruisingen

8 flashcards · Biology · by LFX Broersma

  1. Definitie monohybride kruising

    Volgt de overerving van 1 erfelijke eigenschap waarbij 1 allelenpaar is betrokken 1 genenpaar bij betrokken

  2. Definitie polygene overerving

    Eigenschappen komen tot stand door samenwerking van meerdere genen

  3. Wat is het stappenplan voor het oplossen van een kruisingsvraagstuk?

    Geef de genotypen van de ouders in een kruising weer Bepaal welke genen de geslachtscellen van beide ouders kunnen bevatten Ga na welke mogelijkheden bestaan voor de versmelting van een eicelkern en een spermacelken Stel het kruissingsschema op Bereken de genotypische en fenotypische kansen

  4. Welke verhoudingen zijn er in een monohybride kruising? P: Aa x aa

    Genotypen: AA : aa : = 1 : 1 Fenotypen: fenotype waarbij het dominante gen tot uiting komt : fenotype waarbij het recessieve gen tot uiting komt = 1 : 1

  5. Welke verhoudingen zijn er in een monohybride kruising? P: Aa x Aa

    Genotypen: AA : Aa : aa : = 1 : 2 : 1 Fenotypen: fenotype waarbij het dominante gen tot uiting komt : fenotype waarbij het recessieve gen tot uiting komt = 3 : 1

  6. Definitie testkruising

    Een kruising waarbij je kunt afleiden of een individu homozygoot of heterozygoot is voor een bepaalde eigenschap, wanneer je dit individu kruist met een homozygoot recessief individu

  7. Hoe werkt een testkruising

    Desbetreffende individu wordt gekruist met een homozygoot recessief individu AA x aa Aa x aa Alleen bij een heterozygoot individu komt het recessieve allel tot uiting in de F1

  8. Wat kun je zeggen over het genotypen van de ouders en de nakomeling wanneer twee ouders met een gelijk fenotypen een nakomeling krijgen met een afwijkend fenotypen?

    Beide ouders zijn heterozygoot voor deze eigenschap (Aa) De nakomeling is recessief voor deze eigenschap