verpleegkundige theorie

100 flashcards · Other · by fleur baetens

  1. wat omvat de urinewegen van de mens?

    nieren ureters blaas urethra

  2. wat is het anatomisch verschil bij een man ?

    moet door de prostaat heen de urethra is 20 cm lang en de urethra loopt in een bochtje naar de penis

  3. wat zijn de anatomische verschillen bij een vrouw ?

    urethra is 3 a 4 cm lang bekkenbodemspier ligt onder de blaas voorplantingsorgaan ligt er dicht bij

  4. wat betekend een intermittente blaaskatheterisatie?

    invoeren van een katheter in de blaas, laten afvloeien van urine en terug verwijderen van de katheter

  5. wat betekend een verblijfskatheter?

    invoeren van een katheter om deze gedurende een tijd te laten zitten urine kan afvloeien op een onderbroken of ononderbroken manier

  6. wat zijn indicaties voor een intermittente sonde ?

    blaasspoeling blaasinstallatie staalafname residubepaling urineretentie

  7. wat zijn indicaties voor een verblijfskatheter ?

    chirurgische ingreep urinedebiet neurologische aandoeningen terminale pt inmobiliteit van de pt wonde op sacrale of perianale gebied

  8. welke alternatievel zijn er op een verblijfskatheter ?

    condoomkatheter intermittente sonde suprapubische katheter urinaal incontinentie

  9. wat zijn contra indicaties bij katherisatie?

    urethrakwetsuur preventie incontinentie residubepaling urineretentie

  10. welke complicaties zijn er bij katherisatie ?

    infectie pijn kwetsuren irritaties van de slijmvliezen parafymosis foutief plaatsen van de katheter in de schede afwezigheid van urine blaasverschrompeling blaasspasme

  11. welke houding kan de pt aannemen ?

    zij ligging of rugligging

  12. hoe kan een infectie ontstaan bij katherisatie ?

    onsteriel materiaal onsteriel gewerkt onsteriel de geconnecteerd katheter te lang laten zitten de katheter te dik reflux opstijgende infectie van de urethra

  13. wat kunnen gevolgen zijn van een infectie bij katherisatie ?

    cystitis , pyelonefritis , shock , sepsis

  14. hoe kom je aan kwetsuren bij een katherisatie ?

    te ruw uitvoeren van techniek te weinig glijmiddel tractie van de cuff wat kan leiden tot bloeding

  15. hoe kan een katherisatie pijn doen ?

    urethrakwetsuur onaangepaste ontsmettingsmiddel blaas is volledig leeg

  16. hoezo irriteren de slijmvliezen ?

    inbrengen van een vreemd voorwerp

  17. hoezo is er risico op incontinentie bij katherisatie?

    te lang sonderen te grote sonde gebruiken

  18. hoe ontstaat parafymosis ?

    de voorhuid na het sonderen niet meer naar de oorspronkelijke plek brengen

  19. hoe kan het dat de katheter in de schede bij een vrouw terecht komt?

    te weinig zicht genitaliën zijn misvormt

  20. hoe kan er afwezigheid van urine zijn bij katherisatie ?

    verkeerd geplaatst lege blaas ( pt heeft onlangs naar toilet geweest ) anurie

  21. hoezo kan een blaas verschrompelen ?

    te lang aanwezig katheter

  22. hoe kan je blaasspasme krijgen ?

    reactie op het lichaam van de katheter

  23. welke intermittente sondes zijn er?

    no touch katheter nelatonkatheter tienmankatheter

  24. wat zijn de eigenschappen van een nelatonkatheter ?

    volle tip 1 / meer laterale opening lang en kort

  25. wat zijn de eigenschappen van een tiemannkatheter ?

    spitse tip enkel op medisch voorschrift

  26. wanneer zou je een tiemannkatheter gebruiken ?

    stenose van meatus of urethra makkelijk te passeren bij de prostaat

  27. wat zijn de eigenschappen van de no touch katheter ?

    je moet geen steriele handschoenen aandoen en katheter is gebruiksklaar al

  28. welke verblijfskatheter zijn er ?

    foley katheter foley tiemannkatheter mercier ballon katheter tri lumen katheter hematuriekatheter

  29. wat zijn de eigenschappen van een foley katheter?

    rechte ballonkatheter dubbel lumen bij man en vrouw gebruiken

  30. wat zijn de eigenschappen van een foley tiemannkatheter ?

    gebogen spitse punt dubbel lumen gebruik bij man

  31. eigenschap mercier ballon katheter ?

    spitse punt dubbel lumen

  32. wat zijn de eigenschappen voor een tri lumen katheter?

    type foley katheter 3 lumen

  33. wanneer tri lumen katheter gebruiken ?

    blaasspoeling

  34. wanneer hematurie katheter gebruiken ?

    aspireren bloedstolsel

  35. welke grondstof hebben blaaskatheters ?

    pvc latex silicone

  36. wat is de eigenschap van pvc?

    harde , stevige katheter

  37. wat is de eigenschap van een latex sonde ?

    goedkoper kan minder lang blijven zitten soepel latexallergie

  38. wat zijn de eigenschappen van een silicone sonde ?

    duurder kan langer blijven zitten soepel minder irritatie minder kalkneerslag minder kans op infectie

  39. wanneer een sonde met hydrogel gebruiken ?

    als er bacteriologische kolonisatie is

  40. waarom charriere 16 nemen ?

    makkelijker te plaatsen voelt weerstand bij plaatsing vergemakkelijkt techniek urine loopt vlot af

  41. welke uitwendige opvang systemen bestaan er voor urine ?

    condoomkatheter incontinentie

  42. welke inwendige systemen bestaan er voor urine op te vangen ?

    gesloten en open systeem

  43. wat zijn de eigenschappen van een gesloten systeem ?

    moet steriel gekoppeld zijn aan elkaar mag niet losgekoppeld worden gevaar infectie veel minder als collector veranderd moet worden best sonde ook verwijderen en nieuw steken

  44. wat moet er zeker aanwezig zijn aan een urinecollector ?

    afvoersysteem voor urine toegangspoort voor staalafname

  45. wat zijn de eigenschappen van een open systeem ?

    dat het niet steriel gekoppeld moet zijn meer kans op infectie vervangen worden voor urinedebiet en staalafname

  46. wat bepaald de keuze van de katheter ?

    hoe lang die moet zitten waarom er een katheter komt mobiliteit van de pt keuze van de pt verwachte urinedebiet

  47. welke mogelijkheden zijn er?

    ambulante : beenzak gehospitaliseerd : urinezak met houder

  48. wat is een katheterventiel?

    dat wordt gekoppeld aan een verblijfskatheter en heeft als functie afsluitdop

  49. wat zijn de voordelen van een katheterventiel ?

    blaastraining mogelijk gebruiksvriendelijk hygiene en veilig 5 a 7 dagen ter plaatsen blijven behoud gesloten systeem

  50. wat zijn praktische richtlijnen voor een katherisatie ?

    pt voorbereiden ballonkatheter opblazen bevestigen sonde opvangsysteem

  51. hoe bereid je een pt voor?

    informeer bied prive en wast pt intiem

  52. hoe blazen we de ballonkatheter op?

    glycerine oplossing aqua oplossing

  53. aandachtspunt bij ballonkatheter ?

    dat de cuff leeg moet zijn bij verwijderen van de sonde

  54. waar katheter bevestigen op het lichaam?

    bedleger/ vrouw op de dij bij man : onderbuik

  55. wat zijn indicaties voor een blaasspoeling ?

    blaas reinigen pre op post operatief verstopt katheter / voorkomen verstopping

  56. met welk product doen we een blaasspoeling ?

    natriumchloride steriel water ( aqua)

  57. welke methodes zijn er voor een blaasspoeling ?

    onderbroken methode niet onderbroken methode

  58. wat is de onderbroken methode ?

    met een spuit en spoelvloeistof

  59. wat is het met de niet onderbroken methode ?

    met een tri lumen katheter continu spoelen van de blaas

  60. welke complicaties zijn er bij een blaasspoeling ?

    spoelvloeistof komt langs urethra er uit pijn besmetting bloeding vloeistof dring niet in de blaas geen spontane afvloei van spoelvloeistof

  61. wat kan de oorzaak zijn dat de spoelvloeistof terug via de urethra komt ?

    verstopping katheter blaasspasme

  62. wat doen we als interventie als de spoelvloeistof er via de urethra uitloopt ?

    verwijder katheter en opnieuw plaatsen toedienen spasmolytica manueel spoelen van de blaas

  63. wat kan de oorzaak zijn dat de vloeistof niet tot in de blaas vloeit ?

    verstopping /afgeknelde katheter

  64. welke interventies ga je doen als de vloeistof niet in de blaas vloeit?

    kijken of het afgekneld zit ergens klemmen open zetten verwijderen katheter en nieuwe plaatsen

  65. wat kan een oorzaak zijn van pijn bij een blaaspoeling?

    verkeerde concentratie van spoelvloeistof verkeerde temperatuur spoelvloeistof te brut uitvoeren

  66. welke interventies plan je bij pijn bij een blaasspoeling?

    juiste concentratie juiste temperatuur niet teveel in 1 keer inspuiten manueel spoelen : rekening houden dat blaas vol kan zitten al

  67. hoe kan een bloeding ontstaan bij een blaasspoeling?

    de cuff die teveel tractie uit oefent brutale uitzetting van de blaaswand door de spoelvloeistof

  68. welke interventies zijn er bij een bloeding?

    tractie voorkomen kleine hoeveelheden vloeistof inbrengen

  69. hoe kan er een besmetting veroorzaakt zijn bij een blaasspoeling?

    onsteriel gewerkt verbreken gesloten systeem

  70. welke interventies zijn er bij een besmetting?

    steriel werken katheterventiel gebruiken

  71. welke oorzaak kan het zijn als er geen spontane afvloei is ?

    verstopping , lekkage

  72. welke interventies zijn er als er geen afvloei is van spoelvloeistof ?

    collector aansluiten en afvloei controleren manueel spoelen arts verwittigen katheter verwijderen en opnieuw steken

  73. welke aandachtspunten zijn er bij een blaasspoeling ?

    bij urinedebiet opvolging ook opvolgen hoeveel spoelvloeistof is ingelopen urinezak controleren regelmatig continu spoeling debiet spoelvloeistof kan aangepast worden aan de hand van helderheid van de spoelvloeistof

  74. wat zijn indicaties voor een blaasinstillatie ?

    ontsmetten van de blaas pijnstillend lokale medicatie infectie bestrijding

  75. welke soorten spoelvloeistof zijn er voor blaasinstillatie ?

    niet voorverpakte voorverpakte instillatievloeistof

  76. welke niet voorverpakte instillatievloeistoffen zijn er ?

    antiseptische middelen antibiotische oplossingen

  77. welke voorverpakte instillatievloeistoffen zijn er?

    van de apotheek gemaakt urotrainer met antiseptisch middelen

  78. welke indicaties zijn er voor een suprapubische katheter?

    afleiding van urine voor langere duur urethrastrictuur acute retentie met vermoeden urethraproblemen urologische ingrepen verwarde pt chronische retentie neurologische aandoeningen uitgebreide decubitusletsel

  79. wat zijn de contra indicaties voor plaatsen van een suprapubische katheter ?

    blaascarcinoom stollingsproblemen obesitas pt met schrompelblaas zv met lege of onvoldoende gevulde blaas blaas weggedrukt wordt door tumor suprapubisch huidletsel

  80. welke voordelen zijn er van een suprapubische katheter ?

    comfort pt mogelijkheid tot seksuele activiteiten geen risico op kwetsuren mogelijkheid spontane mictie mogelijkheid residubepaling makkelijk en snel herplaatst comfort in thuissituatie minder risico op infectie

  81. welk materiaal bestaan een suprapubische katheter?

    silicone hydrogelsonde van goede kwaliteit die gemakkelijk schuift charrière wordt bepaald door arts

  82. welke voorbereidingen moeten er gebeuren voor de ingreep suprapubische?

    anticoagulantia stop enkele dagen op voorhand geschoren abdomen van navel tot schaambeen pt moet gevulde blaas hebben

  83. hoe verzorgen van een suprapubische na plaatsing ?

    eerst reinigen en eventueel ontsmetten en afdekken met steriel kompress en bedekkend verband

  84. hoe verzorgen van een suprapubische na genezing ?

    reinigen en geen teken van infectie vertonen mag het bloot blijven

  85. welke aandachtspunten zijn er rond suprapubische katheter ?

    info over verzorging goede hygiëne goede diurese gesloten systeem respecteren aandacht infectie arts raadplegen ( hematurie, koorts, sterk ruikende urine) douchen en baden toegestaan als het geheeld is opvangzak altijd lager dan de blaas reflux vermijden geen crème of talkpoeder in buurt van insteekpunt

  86. wanneer ontstaat lendenpijn ?

    nierkolieken ( acuut , hevige pijn ) epididymitis ( zwaartegevoel)

  87. wanneer ontstaat pijn ter hoogte van de onderbuik?

    cystitis invasieve blaastumor chronische prostatitis epididymitis

  88. wanneer kan je pijn hebben ter hoogte van de uitwendige genitaliën ?

    torsio testis

  89. wanneer kan je perineumpijn hebben ?

    prostaataandoeningen gastro intestinale aandoeningen

  90. wanneer pijn ter hoogte van de penis?

    balanitis peniscarcinoom priapisme ( blijvende erectie )

  91. betekenis dysurie?

    pijnlijke mictie

  92. wanneer troebele urine?

    neerslag van zouten en eiwitten cystitis , blaasstenen door urine die lang is blijven staan pyurie ( onstekingsproces )

  93. welke vormen heb je van hematurie ?

    microscopisch macroscopisch

  94. welke kleur van hematurie zijn er?

    felrood: laaggelegen aandoening koffiekleur : hemolyse

  95. welke pijn is er van hematurie?

    pijnloze: niet geïnfecteerde tumor pijnlijk : nier en blaassteken , cystitis, geïnfecteerde tumoren

  96. welke geur kan urine hebben ?

    zoete geur: ontregelde diabetes pyurie: rotte visgeur ammoniakgeur: urine te lang in contact met lucht

  97. op wat wijst donkerbruine urine?

    obstructie van de galwegen ( leverproblemen , galstenen , pancreaskanker )

  98. hoe kom je aan die donkerbruine kleur in urine?

    opstapeling van bilirubine