begrippen maagdarm les 1 & 2

29 flashcards · Biology · by Anne Borggreve

  1. mond

    ora

  2. keel

    pharynx

  3. strottenhoofd

    larynx

  4. strottenklepje

    epiglotis

  5. slokdarm

    oesophagus

  6. maag

    gastor

  7. dunne darm

    -12 vingerige darm=due denum -nuchteredarm=jejunum -kronkeldarm=ileum

  8. blinde darm

    caecum

  9. dikke darm

    colon

  10. endeldarm

    rectum

  11. harde gehemelte

    pallatum durum

  12. zachte gehemelte

    pallatum molle

  13. fysische verkleiningen

    -kauwen -kneden

  14. chemische verkleining

    door middel van enzymen en verteringssappen

  15. amylase

    breekt zetmeel af en zet om in suiker (glucose)

  16. anatomie

    hoe iets is gebouwd

  17. fysiologie

    de werking

  18. pathologie

    ziekte leer

  19. peristaltiek

    de samenwerking van radiaire en cirkulaire spieren die een verder vervoeren naar de maag

  20. antiperitaltiek

    het tegen over gestelde van peristaltiek, het eten gaat weer omhoog

  21. 3 delen van de maag zijn:

    cardia fundus pylorus

  22. wat doet de cardia

    produceert slijmlaag

  23. wat doet de fundus

    produceert maagzuur produceert pepsinogeen produceert chymosine produceert intrinsic factor

  24. taken maagzuur:

    bacteriën doden verteren van :koollhdraten, eiwit en vet activeren van pepsinogeen

  25. pepsinogeen

    word door maagzuur omgezet in pepsine

  26. pepsine

    breekt eiwitten af en doet het groffe knipwerk

  27. opbouw eitwit

    'kralenketting' van aminozuren die aan elkaar geplakt zijn

  28. chymonsine (lepferment)

    zorgt voor het verdikken van de melk bij (jonge) zoogdieren