begrippen maagdarm les 1 & 2
29 flashcards · Biology · by Anne Borggreve
mond
ora
keel
pharynx
strottenhoofd
larynx
strottenklepje
epiglotis
slokdarm
oesophagus
maag
gastor
dunne darm
-12 vingerige darm=due denum -nuchteredarm=jejunum -kronkeldarm=ileum
blinde darm
caecum
dikke darm
colon
endeldarm
rectum
harde gehemelte
pallatum durum
zachte gehemelte
pallatum molle
fysische verkleiningen
-kauwen -kneden
chemische verkleining
door middel van enzymen en verteringssappen
amylase
breekt zetmeel af en zet om in suiker (glucose)
anatomie
hoe iets is gebouwd
fysiologie
de werking
pathologie
ziekte leer
peristaltiek
de samenwerking van radiaire en cirkulaire spieren die een verder vervoeren naar de maag
antiperitaltiek
het tegen over gestelde van peristaltiek, het eten gaat weer omhoog
3 delen van de maag zijn:
cardia fundus pylorus
wat doet de cardia
produceert slijmlaag
wat doet de fundus
produceert maagzuur produceert pepsinogeen produceert chymosine produceert intrinsic factor
taken maagzuur:
bacteriën doden verteren van :koollhdraten, eiwit en vet activeren van pepsinogeen
pepsinogeen
word door maagzuur omgezet in pepsine
pepsine
breekt eiwitten af en doet het groffe knipwerk
opbouw eitwit
'kralenketting' van aminozuren die aan elkaar geplakt zijn
chymonsine (lepferment)
zorgt voor het verdikken van de melk bij (jonge) zoogdieren