hart/long begrippen deel 2

20 flashcards · Other · by Anne Borggreve

  1. gehemelte

    palatum

  2. waardoor word de trachea 'open' gehouden

    door kraakbeen

  3. harde gehemelte

    palatum durum

  4. zachte gehemelte

    palatum molle

  5. capnograaf

    meet hoeveel koolstofdioxide er in je luchtwegen zit

  6. costale ademhaling

    Borstademhaling, je ademt met de bovenkant van je lijf als het waren (ribben)

  7. abdominale ademhaling

    buikademhaling, je ademt met de onderkant van je lijf als het ware (buikspieren)

  8. costa-abdominale ademhaling

    borst-buik ademhaling. De correcte manier.

  9. aritmie

    onregelmatige hartslag

  10. BOS

    Brachyafcele Obstractive Syndroom

  11. Bij wie komt BOS voor

    bij kortschedelige dieren zoals: mops honden op een perziche kat.

  12. kenmerken BOS

    kleine neusgaten verdikte en langer zachte gehemelte amandelen zijn groter strottenklepje is afwijkend luchtpijp is smaller en slapper

  13. wat hebben dieren met BOS

    moeilijkheden met ademen benauwdheid hoesten gorgelen

  14. BOS honden onder narcose, waar let je op?

    snel intuberen laat extuberen

  15. long oedeem

    vocht in de alveoli.

  16. bindweefsel

    zit overal, houd cellen bij elkaar

  17. atelectase

    alveoli bevat geen lucht

  18. fysiologische atelectase

    een ongeboren jong in de buik, er heeft nog nooit lucht in de alveoli gezeten

  19. pathologische atelectase

    door een bijv. een ziekte worden de alveoli afgesloten.

  20. acuut longenfyseem

    door een blokkeren bijv. een gras aar, word de lucht geblokkeerd. de lucht kan er wel in maar niet meer uit. de alveoli blazen zich dan op.