WED LEH 3
51 flashcards · Other · by anouk terlouw
Is de WED een geschikte naam voor de wet op economische delicten?
Nee, er staan in de WED veel wetten die maar zijdelings met de economie te maken hebben, maar als gemeenschappelijk kenmerk het ordende aspect hebben. Daarom kan het beter de WOD heten, wet op ordenings delicten
gevolg wanneer de wetgever in de wet heeft vergeten aan te geven of het misdrijf dan wel overtreding is
ontslag van alle rechtsvervolging ligt in de rede.
wat maakt het systeem van art. 1 WED mogelijk?
maakt het mogelijk om wetten die economische delicten bevatten, slechts in 1 categorie op te nemen doordat de wet zelf bepaalt of het overtreding / misdrijf is.
wanneer misdrijf of overtreding bij milieu art. 1a WED?
hangt af van de opzet van de opzet van de dader.
waarom is de strafbaarstelling van stelselmatig plegen in het leven geroepen?
beter uitdrukken van de strafwaardigheid van dit gedrag meer mogelijkheden creëren in de sfeer van opsporing en vervolging.
welke opzet is voldoende om misdrijf te zijn in WED?
opzet op de bestanddelen volstaat. opzet op handelen in strijd met het wettelijk verbod is dus NIET in vereist.
wat zijn economische delicten?
overtredingen van voorschriften, gesteld of bij of krachtens artikel... NIET de schending van art. 1 of art. 1a WED maar van de voorschriften die daarbij of op grond daarvan strafbaar zijn gesteld.
wat is van belang bij de beantwoording van de vraag of een bepaling een strafrechtelijk te handhaven voorschrift is?
met name: grammaticale interpretatiemethode wetshistorische, systematische en teleologische argumenten spelen een rol
wanneer is grammaticale argument heel belangrijk bij wel of niet zijn van strafrechtelijk te handhaven voorschrift?
vooral wanneer de strafrechtelijk relevante voorschriften geselecteerd moeten worden uit een groot aantal opties.
formulering voorschrift waar straf op is gesteld
'het is verboden' , geadresseerd wordt tot iets 'verplicht' of hij 'moet' iets.
gelede regelgeving / gelede norms
sprake van wanneer het voorschrift is gebaseerd op een hogere regeling.
wat kan uit de formulering van art. 1 en 1a WED dat voorschriften bij bepaalde artikelen gesteld, economische delicten zijn, worden afgeleid?
uit deze formulering kan worden afgeleid dat de wetgever voor kwalificatie in beginsel voldoende acht dat de in dat voorschrift genoemde omstandigheden uit de bewezenverklaring blijken.
welke bestanddelen vormen het voorschrift dat krachtens een in art.1 of art. 1a WED genoemd artikel is gesteld?
grammaticale argument belangrijk.
wat moet de rechter nagaan bij voorschriften die krachtens een in art.1 of 1a WED genoemd artikellid zijn gegeven?
rechter moet nagaan of dit voorschrift daadwerkelijk op het artikellid kon worden gebaseerd. = rechtmatitgheidstoets.
waarom is een rechtmatigheidscontrole gewenst bij de voorschriften die art. 1 en 1a noemen?
belang van de rechtszekerheid; een strafbaarstelling moet krachtens art. 1 Sr een basis in formele wet hebben. rechtsstatelijk oogpunt; rechter moet voorkomen dat bevoegdheidsoverschrijding door een lagere regelgever strafrechtelijk effect sorteert.
relativering geslotenheid van het sanctiestelsel van de WED
art. 8 WED
afroomboete
art. 6 lid 1 WED --> geldboete van de naast hogere categorie opleggen. Rechtspersoon? --> kan evt nog een categorie hoger?
waarde van de goederen in de zin van art. 6 lid 1 WED
moet gerelateerd worden aan het bewezenverklaarde en gekwalificeerde feit.
koppeling aan de bewezenverklaring afroomboete
betekent niet dat uit de bewezenverklaring en bewijsmiddelen moet volgen dat aan de eisen die de verhogingsmogelijkheid stelt, is voldaan. voldoende is wanneer buiten de bewijsmiddelen om wordt vastgesteld dat aan de eisen is voldaan.
wat is vooral bijzonder aan het strafregime van de WED?
de bijkomende straffen en maatregelen
wat is de meest ingrijpende maatregel?
gehele of gedeeltelijk stillegging van de onderneming.
wanneer lijkt de rechter eerder geneigd stillegging op te leggen?
als de stilgelegde onderneming niet de belangrijkste bron van inkomsten is voor de verdachte
wat is opvallen aan ingrijpende bijkomende straffen? zoals stillegging
Dit is op wetgevingsniveau amper genormeerd en t.a.v. overtreding van elk economisch delict kan het opgelegd worden.
waarom vroeger het sanctiearsenaal van de WED(zwaar en weinig genormeerde maatregelen) goed te begrijpen maar nu minder?
Vroeger had de WED slechts beperkte reikwijdte, waarbij het betrekking had op een reeks voorschriften die inhoudelijk gezien grote samenhang vertoonden. Dat voor deze selectie een eigen, passend en soms zeer ingrijpend sanctiearsenaal nodig was, viel goed te verdedigen. Tegenwoordig is het werkingsbereid van de WED veel groter, terwijl de inhoudelijke samenhang van de voorschriften sterk is afgenomen. De wetgever gaat bij introductie van nieuwe voorschriften niet steeds na of de handhaving wel…
vanuit welke beginselen kan worden gepleit voor meer differentiatie op wetgevingsniveau/
proportionaliteit en subsidiariteit.
onderneming in de WED
economische eenheid
rechtspersoon in de WED
juridische eenheid
waarom zijn technische of geografische factoren bij opleggen stillegging niet van belang?
omdat het vestigingsbeleid van een grote onderneming dan invloed kan hebben op de mogelijkheid om deze straf op te leggen. --> vindt het gehele productieproces plaats in 1 fabriek, dan is deze in zijn geheel vatbaar voor sluiting; wordt de productie onder verschillende locaties verspreid, dan kunnen slechts de locaties waar de wet is overtreden worden gesloten. dit is NIET wenselijk.
vereiste verbanden met de onderneming voor het opleggen van de stillegging
het delict moet in (het verband van) de onderneming zijn begaan. er moet een verband bestaan tussen de onderneming en de veroordeelde
eisen aan dat het delict moet zijn begaan in het verband van de onderneming
laat in het midden wie het heeft begaan voldoende is dat het delict past binnen of voortvloeit uit de werkzaamheden die binnen de onderneming worden verricht. dat kan ook het geval zijn met gedragingen die zich op een heel andere plaats afspelen.
duur van stillegging?
max een jaar, maar dit kan langer zijn als ook eerst een voorlopige maatregel als bedoeld in art. 29 WED was opgelegd. De WED kent GEEN aftrekregeling.,
wat kan de rechter regelen bij stillegging
bij de uitspraak kunnen alle bijzonderheden en gevolgen naar behoefte worden geregeld. wordt zelfs aanbevolen dat de rechter dit doet.
waarin wijkt de wed van het commune strafrecht af
op het terrein van straffen op het terrein van maatregelen.
verhouding gehele of gedeeltelijk ontzegging met bestuursrecht (zoals intrekking vergunning)
niet opvatten als strafrechtelijke intrekking, maar als ontzeggen van het recht daar gebruik van te maken. Dus verhoudt zich prima met bestuursrecht.
wanneer bestaan aanleiding voor onderbewindstelling van onderneming
indien in een bedrijf voortdurend knoeierijen plaatsvinden of dit bedrijf de voorschriften, welke strekken tot opvoering van productiviteit verwaarloost.
verschil maatregel art. 8 lid 1 onder c en last onder bestuursdwang?
bij bestuursdwang gaat de overheid zelf over tot herstel van de rechtmatige toestand en evt de rekening bij de justiabele deponeert. uitgangspunt wed is dat de overheid in beginsel niet doet, maar de veroordeelde verplicht wordt de rechtmatige toestand op eigen kosten te herstellen.
wat gebeurt er als de verdachte de rechter niet verzoekt om de bijzonderheden en gevolgen van de maatregelen te regelen?
het verweer dat hij verontschuldigbaar in strijd met de maatregelen heeft gehandeld heeft dan bijna geen kans van slagen.
cumulatieregeld wed
ontbreekt bij hoofdstraffen wel aanwezig voor bijkomende straffen en maatregeln.
is het opleggen van alleen een bijkomende straf mogelijk?
ja, wed bepaalt dat niet maar in de praktijk wordt gekeken naar art. 9 lid 3 Sr.
voorwaarden opsporingsbevoegdheden wedd
opsporingsambtenaren zijn tot opsporing bevoegd als dat in het belang is van de opsporing voorzover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. voor de inzet is het bestaan van aanwijzingen dat de wet was overtreden voldoende. Concrete verdenking is NIET vereist. redelijk vermoeden van strafbaar feit ook NIET.
eigen opsporingsbegrip WED
voor de inzet van de WED opsporingsbevoegdheden is het bestaan van aanwijzingen dat de wet was overtreden voldoende. concrete verdenking NIET vereist, redelijk vermoeden van strafbaar feit NIET vereist.
wat is het gevolg wanneer iemand opzettelijk niet voldoet aan een vordering door een opsporingsambtenaar wed?
ìs een economisch delict --> misdrijf. hogere straf dan in commune strafrecht./
bewijzen art. 26 WED (opzettelijk niet voldoen aan vordering opsporingsambtenaar)
voor strafbaarheid is NIET voldoende dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op het feit dat de ambtenaar handelde krachtens enig wettelijk voorschrift. opzet ziet op alle bestanddelen.
voorwaarden voor het opleggen van voorlopige maatregelen WED
moet sprake zijn van een verdachte tegen de verdachte zijn ernstige bezwaren gerezen de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden bescherm, moeten een onmiddellijk ingrijpen vereisen.
verdachte in de zin van voorlopige maatregelen
dat is voor de vervolging is aangevangen iemand te wiens aanzien uit feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortloeit.
wat wordt bedoeld met de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, moeten een onmiddellijk ingrijpen vereisen
indien overteding art. 26 : meewegen achterliggende rechtsbelangen. als een bedrijf opzettelijk weigert aan op de wed berustende vordering tbv de opsporing te voldoen, op grond van een sterke verdenking dat art. 26 WED is overtreden stillegging kan worden bevolen, ook als er alleen maar aanwijzingen zijn dat er illegale lozingen plaatsvinden.,
wanneer kunnen strafuitsluitingsgronden een rol spelen bij voorlopige maatregelen?
geen voorlopige maatregel mag worden opgelegd wegens gedrag dat zonneklaar gerechtvaardigd of verontschuldigbaar was (behoorlijkheidsbeginselen, maar verder spelen strafuitsluitingsgronden geen rol)_.
voordeel opslag van de in de voorlopige maatregelen aangeduidde voorwerpen
is dat de goederen in nature ter beschikking blijven van de ovj en, wanneer vrijgegeven, ook van de verdachte. terwijl in beslag genomen goederen meestal zo spoedig mogelijk in het economische verkeer worden gebracht en de opbrengst slechts ter griffie wordt gedeponeerd.
tweeledig karakter van opslag als voorlopige maatregel
het is als voorlopige maatregel preventief van karakter. toepassing den dienste van strafvervolging
verschil tussen voorlopige maatregel opslag en inbeslagneming
de verdachte moet zorgdragen voor de opslag van de voorwerpen en de kosten zijn voor hem. enige inspraak voor de verdachte over hoe en waar ligt in de rede. en geen sprake van art. 134 Sv want voorwerp komt niet in de macht van beslagleggende ambtenaar.
wat mag de economische strafkamer in appel niet behandelen?
Ze mag geen economische zaken handelen en beslissen waarin de commune strafkamer van de rechtbank vonnis heeft gewezen. zelfs niet als het appel tegen dergelijke vonnissen tot veroordeling ter zake van economische delicten beperkt is.