Woordjes engels unit 1
Dit is van new strike 2.
43 flashcards · English · by Kaat Leysen
a blouse
een bloes
a cardigan
een vest, een kort (gebreid) jasje met mouwen
a coat
een mantel
a dress
een jurk
a hoodie
een sweater met kap
a jacket
een jas
(a pair of) jeans
een jeans(broek)
a jogging suit
een trainingspak
a jumper/pullover
een trui
a polo shirt
een polo
a shirt
een hemd
(a pair of) shorts
een short
a skirt
een rok
(a pair of) socks
kousen
a suit
een (maat)pak
a sweater
een sweater, een trui
a T-shirt
een T-shirt
tights
een panty
(a pair of) trousers
een broek
shoes
schoenen
sneakers/trainers
sportschoenen
(a pair of) boots
laarzen
a belt
een riem
an earring
een oorbel
a handbag
een handtas
a hat
een hoed
a necklace
een halsketting
a ring
een ring
a scarf
een sjaal
a tie
een das
dark green
light green
white
black
pink
blue
beige
brown
yellow
red
grey
puprle