leh 4 functionele vormen van plegen en deelneming
40 flashcards · Other · by anouk terlouw
waarom is de rechtspersoon in het strafrecht geen vanzelfsprekend rechtssubject?
traditionele bezwaren in dit verband zijn dat opzet, schuld en daderschap moeilijk bij een rechtspersoon kunnen worden aangenomen en dat andere handhavingsstelsels bij uitstek geschikt worden geacht.
welke elementen zijn onmisbaar voor het mogen maken van een strafrechtelijk verwijt
wil, weten, vrijheid
wat zijn onmisbare elementen in de rechtspersoon voor het maken van strafbaar verwijt?
hun structuur, de wijze van besluitvorming en hun doelstellingen vormen samen de corporatieve interne beslissingstructuur. daarin zijn de wil, weten en vrijheid van handelen gelegen. deze elementen zijn onmisbaar voor een strafbaar verwijt.
om welke rechtspersonen gaat het in het strafrecht?
aansluiting zoeken bij begrip rechtspersoon in het civiele recht: publieke rechtspersoon privaatrechtelijke rechtspersoon kerkgenootschappen
vorm van rechtspersoon
bv nv cooperatie stichting vereniging onderlinge waarborgmaatschappij + art. 51 lid 3 Sr aanvulling!!!!
waarom is de wettelijke opsomming rechtspseronsen ruim
organisaties en samenwerkingsverbanden zijn doorgaans probleemloos rechtssubject in de strafrechtelijke zin
hoe kan een rechtspersoon 'overlijden'?
wijziging identiteit ontbinding faillissement verbodenverklaring fusie splitsing lege rechtspersoon
heeft het overlijden van de rechtspersoon gevolgen voor strafrechtelijke aansprakelijkheid?
de wetgever heeft GEEN specifieke regeling getroffen voor het overlijden van een rechtspersoon, er wordt ten dele aangesloten bij de regels voor natuurlijke personen.
strafrechtelijke consequenties ontbinding
ontbinding heeft vermoedelijk geen strafrechtelijke consequenties, HR heeft bepaald dat een boete ook na beëindiging van de vennootschap op dezelfde wijze als iedere andere schuld van de ontbonden vennootschap kan worden ingevorderd.
ontbinding van een VERDACHTE rechtspersoon
HR heeft art. 69 Sr over het verval van het vervolgingsrecht bij de dood van de verdachte natuurlijke persoon slechts op de rechtspersoon van toepassing verklaard voor die gevallen, waarin op het tijdstip dat een vervolging wordt aangevangen door derden kenbaar is dat vaststaat dat de rechtspersoon is ontbonden. Bijv door publicatie in het Handelsregister.
voor wie geldt het mogelijk verval van het vervolgingsrecht na overlijden uitdrukkelijk NIET
geldt uitdrukkelijk niet voor de feitelijke leidinggever en opdrachtgever aan het strafbare feit dat door de ontbonden rechtspersoon is begaan.
op welke grond kan een later geboren rechtspersoon tot aansprakelijk zijn voor een eerder rechtspersoon/
op grond van de maatschappelijke realiteit (uitzonderlijk) naar een natuurlijk persoon vernoemde BV begin een strafbaar feit en kort daarna werd de bedrijfsvoering voortgezet door een nieuwe BV, met nu dezelfde naam + naam van de zoon. Zoon en vader waren bij beide BV's feitelijke leidinggevers. Dus op grond van de maatschappelijke realiteit was later geboren BV aansprakelijk voor de door de eerdere BV begane strafbare feiten.
wanneer heeft een lager publiekrechtelijk persoon strafrechtelijke immuniteit?
vereist dat de rechtspersoon een openbaar lichaam is in de zin van hst 7 van de Grondwet de desbetreffende gedragingen naar haar aard en gelet op het wettelijk systeem rechts niet anders dan door bestuursfunctionarissen kunnen worden verricht ini het kader van uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak, zodat uitgesloten is dat derden in zoverre op gelijk voet als het openbaar lichaam aan het maatschappelijk verkeer deelnemen. (pikmeer)
leidinggevers aan strafbare feiten van publieke rechtspersoon
evt. strafrechtelijke immuniteit voor de publieke rechtspersoon geldt ook voor hun leidinggever. omdat ze zo nauw samenhangen.
argumenten voor strafrechtelijke immuniteit publieke rechtspersonen
de leer van de machtenscheiding zinloosheid van bestraffing wegens een vestzak/broekzak constructie ; overheid zou aan zich zelf betalen.
relativering van de argumenten voor strafrechtelijke immuniteit van publieke rechtspersonen
in het civiele recht wordt de staat regelmatig ter verantwoording geroepen, ook ter zake van het handelen door het OM. het vestzak/broekzak argument lijkt betrekking omdat berechting daar wel vaker op neerkomt. overheveling van bijv geld van defensie naar justitie , lijkt toch een straf te zijn voor defensie. strafrechtelijke controle kan een zinvolle aanvulling zijn op democratische controle. kan bijdragen aan het stelsel van checks & balances.
centraal argument voor immuniteit Staat zelf
gevaar voor eenheid van de regering , want minister van Justitie zou de Staat moeten gaan vervolgen.
centraal argument tegen immuniteit Staat zelf
een overheid die regels stelt aan het maatschappelijk verkeer zou haar geloofwaardigheid verliezen wanneer die regels niet op haarzelf van toepassing zijn en publiekrechtelijke rechtspersonen de regels ongestraft kunnen overtreden.
wanneer zou het onderwerp van strafrechtelijke immuniteit kunnen worden opgelost?
wanneer niet meer in termen van immuniteit wordt gedacht, zou het opgelost kunnen worden bij de beoordeling van de opportuniteit van de vervolging, rechtvaardigingsgronden en straftoemeting.
daadstrafrecht
het grondidee dat het strafrecht slecht reageert tegen uiterlijke handelingen en als zodanig een ultimum remedium is. Het gedachtegoed is strafrechtelijk vrij.
hoe moeten gedragingen worden beoordeeld waarin de delictsomschrijving niet eenduidig ene gedraging aanwijst?
aan de hand van factoren als: het type delict de strekking ervan omstandigheden van het geval
hoe kan het beginsel van daadstrafrecht onder druk komen te staan?
bij toestanddelicten, zoals het voorhanden hebben van bepaalde goederen. handelen of nalaten staat dan niet op de voorgrond, bij deze delicten gaat het vooral om de vraag wie verantwoordelijk is voor het aanwezig hebben. daarbij speelt de subjectieve kant een rol en is het vereiste van een daadwerkelijke, specifeke gedraing minder relevant.
kwaliteitsdelict
wanneer voor de strafrechtelijke gedraging vereist is dat deze door een bepaald rechtssubject is verricht. éénieder kan wel deelnemen aan het feit
kunnen objectieve zijde en subjectieve zijde van het delict los van elkaar worden gezien
Nee, strafrechtelijk gezien zijn slecht die gedragingen relevant die in een zeker verband met de wil en het bewustzijn staan.
domineert het fysieke aspect van een gedraging altijd?
Nee, het gaan ook gaan om het bewerkstelligen van een bepaald resultaat door degene die verantwoordelijk is.
sociale handelingsleer
houdt in dat de gedraging samen met de norm, de omstandigheden van het geval en de persoon van de dader moeten worden bezien.
kern van het functioneel daderschap
is dat iemand die niet persoonlijk in fysieke zin de delictsgedraging heeft verricht, toch als pleger kan worden aangemerkt omdat hij verantwoordelijk is voor de gedraging. --> ziet op plegen als op deelnemingsvormen.
waar gaat het in beginsel steeds om bij functioneel daderschap>
gaat in beginsel steeds om een uitbreiding van de mogelijkheden voor strafrechtelijke aansprakelijk stelling. Niet alleen de fysieke , maar ook de functionele dader kan aansprakelijk worden gesteld.
wanneer kan alleen de functionele dader als geadresseerde van de norm worden aangemerkt?
moet gaan om een expliciet of impliciet kwaliteitsdelict.
criteria voor functioneel daderschap
ijzerdraadarrest: toerekening van gedrag op grond van beschikkingsmacht over een aanvaarding van het verboden fysieke gedrag. ijzerdraad cirteria beschikkingsmacht heeft de verdachte feitelijk kunnen ingrijpen? kan alleen bij een zekere macht over anderen, het baas zijn. aanvaarding verdachte heeft weet van de verboden gedraging de verdachte heeft weet van soortgelijke gedragingen de verdachte oefent te weinig toezicht uit voldoende is het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de…
welke strafbare feiten kan een rechtspersoon begaan?
naar de letter van de wet kan een rechtspersoon elk strafbaar feit begaan.
welke opties heeft het OM om een rechtspersoon aansprakelijk te stellen?
klassieke regeling van daderschap en deelneming (al dan niet functioneel) moderne regeling van art. 51 lid 2 Sr combinatie ervan --> er bestaan geen rangorde. wel waken voor dubbele vervolging van hetzelfde rechtssubject voor hetzelfde feit. bijv wanneer een natuurlijke persoon bijna samenvalt met een rechtspersoon
assecoiriteitsvereiste
voordat strafbaarheid van een leidinggevende aan de orde kan komen, zal het door een rechtspersoon begane strafbare feit is moeten worden vastgesteld.
'begaan door een rechtspersoon
kan bestaan uit het plegen van een strafbaar feit maar ook uit deelneming daaraan.
wat staat niet in de weg aan het vervolgen van een leidinggevende / opdrachtgever van een strafbaar feit begaan door een rechtspersoon
rechtspersoon heeft een strafbaar feit begaan, maar wordt daarvoor niet vervolgd. rechtspersoon is door een (andere) rechter vrijgesproken.
kan de rechtspersoon zelf als leiddingevende worden gezien?
ja als het leidding geeft aan een andere rechtspersoon. bijv moeder dochter onderneming.
feitelijk leidinggeven
soort hiërarchische structuur causaal verband tussen het leiddingegeven en de verboden gedraging begaan doro de rechtspersoon.
zijn juridische verhoudingen voor leiddinggeven vereist of doorslaggevend?
nee, iemand die formeel geen enkele zeggenschap binnen of relatie met de rechtspersoon heeft, kan toch leiding hebben gegeven aan een strafbaar feit dat door die rechtspersoon is begaan.
is juridische macht genoeg voor aansprakelijkheid leidingevers?
Nee, het gaat niet om een risicoaansprakelijkheid voor bestuurders.
wanneer is sprake van feitelijk leidingeven?
overzichtsarrest feitelijk leidingever door HR 2016 wanneer is er sprake van feitelijk leidingeven? wanneer de gedraging past bij normaal spraakgebruik over leidinggeven of de gedraging is het onvermijdelijke rechtsgevolg van het door de verdachte gevoerde beleid of, de verdachte levert een zodanige bijdrage of neemt zodanig initiatief mbt tot het complex van gedragingen dat leidt tot de verboden gedraging of ingeval van een passieve houding: indien hij of zij bevoegd en gehouden was tot ingrij…