Thema 5

11 flashcards · Biology · by Hanne Leysen

  1. ecosysteem

    het geheel van relaties tussen organismen van een levensgemeenschap en de relaties tussen die organismen en de abiotische factoren van de biotoop

  2. De niveaus van ecologie

    niveau van het individu niveau van de populatie niveau van de levensgemeenschap niveau van het ecosysteem

  3. kraamkamerfunctie

    een beschermde omgeving waar jongen veilig geboren kunnen worden en veilig kunnen opgroeien (vb: windmolenpark na x aantal jaar zetting)

  4. nut ecologie

    achteruitgang van biodiversiteit stoppen vangstquota bepalen om overbevissing/uitsterven soort tegen te gaan doelgerichte beheerswerken uitvoeren

  5. Hoofdgroepen voedselkringloop

    producenten consumenten reducenten

  6. Producenten

    Autotroof steeds aan begin voedselketen produceren energierijke, organische stoffen uit energiearme anorganische stoffen

  7. consumenten

    heterotrofe organismen (eten andere organismen)

  8. soorten consumenten

    carnivoren herbivoren omnivoren detrivoren

  9. detrivoren

    mest- en aaseters breken organisch afval af tot anorganische stoffen = mineralisatie

  10. voedselketen

    ene organisme eet andere op

  11. voedselweb

    complex schema wie eet wat in biotoop