economics

29 flashcards · Other · by Jennifer Dams

  1. marktsector

    de bedrijven die naar winst streven of de gemaakte kosten terug willen verdienen

  2. zwart werk

    betaald werk waarover geen belastingen en sociale premies worden betaald

  3. grijs werk

    vrijwilligers werk of werk in huishouding

  4. afzet

    het aantal producten dat wordt verkocht in een periode

  5. btw belasting toegevoegde waarden

    belasting die betaald wordt bij aankoop van goederen en diensten

  6. consumentenprijs

    prijs die de consument voor een product moet betalen, inclusief btw

  7. omzet

    de verkoopopbrengst in een periode

  8. inkoopwaarde van de verkopen

    het bedrag dat een bedrijf heeft betaald voor de verkochte producten

  9. brutowinst

    het verschil tussen de omzet en de inkoopwaarde

  10. bedrijfskosten

    alles wat een bedrijf kwijt is voor de productie van goederen en diensten

  11. variabele kosten

    de kosten die omhoog gaan als het drukker wordt in een bedrijf

  12. vaste kosten

    de kosten die onafhankelijk zijn van de bedrijfsdrukte

  13. afschrijvings kosten

    de waarde vermindering van duurzame goederen

  14. kostprijs

    de inkoopprijs en bedrijfskosten per product

  15. netto winst

    het bedrag dat overblijft nadat de bedrijfskosten van de brutowinst zijn afgetrokken

  16. brutowinst opslag

    het verschil tussen inkoopprijs en verkoopsprijs exclusief btw in euros

  17. brutowinstmarge

    het verschil tussen de inkoopprijs en verkoopprijs van product in procenten van de inkoopprijs of verkoopprijs

  18. maatschappelijkekosten

    nadelen van productie en consumptie voor de samenleving

  19. maatschappelijke baten

    voordelen van de productie en consumptie voor de samenleving

  20. MVO maatschappelijk verantwoord ondernemen

    ondernemer dat rekening houdt met het milleu en de mensen die afhankelijk zijn van het bedrijf

  21. homogeen product

    er is geen verschil tussen gelijksoortige producten van verschillende aanbieders

  22. heterogeen

    er is wel een verschil tussen gelijksoortige producten van verschillende aanbieders

  23. monopolistische concurrentie

    er zijn veel aanbieders van een heterogeen product

  24. volkomen concurrentie

    er zijn veel aanbieders van een homogeen product

  25. oligopolie

    een marktvorm met weinig aanbieders van een product

  26. kartel

    ondernemingen die afspraken hebben om de concurrentie te verminderen

  27. wettelijke monopolie

    een onderneming die het alleenrecht op de verkoop van een product heeft gekregen van de overheid

  28. natuurlijk monopolie

    er is 1 aanbieder op de markt doordat geen enkel bedrijf de concurrentie wilt aangaan vanwege de hoge investeringen

  29. technisch monopolie

    een bedrijf bezit als enige de technische kennis om een product te maken