economics
29 flashcards · Other · by Jennifer Dams
marktsector
de bedrijven die naar winst streven of de gemaakte kosten terug willen verdienen
zwart werk
betaald werk waarover geen belastingen en sociale premies worden betaald
grijs werk
vrijwilligers werk of werk in huishouding
afzet
het aantal producten dat wordt verkocht in een periode
btw belasting toegevoegde waarden
belasting die betaald wordt bij aankoop van goederen en diensten
consumentenprijs
prijs die de consument voor een product moet betalen, inclusief btw
omzet
de verkoopopbrengst in een periode
inkoopwaarde van de verkopen
het bedrag dat een bedrijf heeft betaald voor de verkochte producten
brutowinst
het verschil tussen de omzet en de inkoopwaarde
bedrijfskosten
alles wat een bedrijf kwijt is voor de productie van goederen en diensten
variabele kosten
de kosten die omhoog gaan als het drukker wordt in een bedrijf
vaste kosten
de kosten die onafhankelijk zijn van de bedrijfsdrukte
afschrijvings kosten
de waarde vermindering van duurzame goederen
kostprijs
de inkoopprijs en bedrijfskosten per product
netto winst
het bedrag dat overblijft nadat de bedrijfskosten van de brutowinst zijn afgetrokken
brutowinst opslag
het verschil tussen inkoopprijs en verkoopsprijs exclusief btw in euros
brutowinstmarge
het verschil tussen de inkoopprijs en verkoopprijs van product in procenten van de inkoopprijs of verkoopprijs
maatschappelijkekosten
nadelen van productie en consumptie voor de samenleving
maatschappelijke baten
voordelen van de productie en consumptie voor de samenleving
MVO maatschappelijk verantwoord ondernemen
ondernemer dat rekening houdt met het milleu en de mensen die afhankelijk zijn van het bedrijf
homogeen product
er is geen verschil tussen gelijksoortige producten van verschillende aanbieders
heterogeen
er is wel een verschil tussen gelijksoortige producten van verschillende aanbieders
monopolistische concurrentie
er zijn veel aanbieders van een heterogeen product
volkomen concurrentie
er zijn veel aanbieders van een homogeen product
oligopolie
een marktvorm met weinig aanbieders van een product
kartel
ondernemingen die afspraken hebben om de concurrentie te verminderen
wettelijke monopolie
een onderneming die het alleenrecht op de verkoop van een product heeft gekregen van de overheid
natuurlijk monopolie
er is 1 aanbieder op de markt doordat geen enkel bedrijf de concurrentie wilt aangaan vanwege de hoge investeringen
technisch monopolie
een bedrijf bezit als enige de technische kennis om een product te maken