economics 2

21 flashcards · Other · by Jennifer Dams

  1. beroepsbevolking

    15 tot 75 jaar dat betaald werk doet of opzoek is

  2. werkgelegenheid

    alle bezette en onbezette arbeidsplaatsen bij elkaar

  3. werkgelegenheid in arbeidsjaren

    werkgelegenheid uitgedrukt in voltijdbanen, meer dan 35 uur pw

  4. vacature

    onbezette arbeidsplaats

  5. arbeidsjaar

    de tijd die iemand met een voltijdbaan gedurende 1 jaar werkt

  6. arbeidsmarkt

    het aanbod van arbeid en de vraag van arbeid

  7. krappe arbeidsmarkt

    de arbeidsvraag is groter dan het aanbod

  8. ruime arbeidsmarkt

    het arbeidsaanbod is groter dan de vraag

  9. regionale werkloosheid

    het werkeloosheids percentage ligt boven het gemiddelde in een bepaald gebied

  10. seizoenwerkloosheid

    werkloosheid door het verdwijnen van werkgelegenheid in bepaalde seizoenen

  11. structurele werkloosheid

    er is niet genoeg vraag naar arbeid

  12. frictie werkloosheid

    werkloosheid die onstaat doordat het tijd kost om werk te zoeken na je vorige baan of school

  13. concurrentiepositie

    de positie van een producent in de strijd om de gunst van de klant

  14. bedrijfstijd

    aantal uren dat een bedrijf produceert

  15. arbeidsduurverkorting

    de vermindering van het aantal arbeidsuren per werknemer

  16. bestedingen

    de uitgaven voor de aankoop van producten

  17. laag conjuctuur

    periode waarin de productie in een land niet groeit

  18. conjucturele werkloosheid

    werkloosheid die ontstaat door de daling van de vraag naar goederen en diensten

  19. hoogconjuctuur

    periode waarin de productie van een land stevig groeit

  20. loon prijs spiraal

    de economische situatie waarbij hogere prijzen leiden tot hogere lonen en hogere lonen leiden tot hogere prijzen

  21. loonkosten subsidie

    een bedrag dat de overheid aan de werkgevers betaalt als bijdrage in de loonkosten van een werknemer