Farmaco: CARDIOVASCULAIR
33 flashcards · Other · by Puck Christine van Elst
CARDIOVASCULAIR: Soorten cardiovasculaire middelen (6)
Soorten: RAS-remmers ACE-remmers ARBs (angiotensine II (AT2)-antagonisten/angiotensine receptor blokkers Sympathicolytica β-receptorblokkerende sympathicolytica Selectieve β-blokkers Alfa-receptorblokkerende sympathicolytica Calciumantagonisten Dihydropyridinen (amlodipine, difedipine) Overige calciumantagonisten (diltiazem, verapimil) Diuretica Thiazidediuretica Lisdiuretica Kaliumsparende diuretica Hartglycosiden Nitraten
CARDIOVASCULAIR: Drie manieren van verlagen bloeddruk
Arteriële vaatverwijding --> verlaging totale perifere weerstand (RAS-remmers, ARBs, calciumantagonisten) Verlaging van preload door veneuze vaatverwijding (RAS-remmers, nitraten) of absolute afname circulerend volume (diuretica) Verlagen contractiekracht hart of frequentie hartslag (β-blokkers, diltiazem, verapamil)
CARDIOVASCULAIR: Diuretica Algemeen mechanisme
Mechanisme diuretica algemeen: vermindering terugresorptie in nieren --> verhogen uitscheiding natriumchloride en water Diuretica remmen elektrolytabsorptie in nier --> vergroten natriumuitscheiding in urine
CARDIOVASCULAIR: Diuretica Mechanisme lisdiuretica Hoe snel effect Via welk deel van de nieren Hoe?
Mechanisme lisdiuretica: Snel en sterk optredend diuretisch effect Vb. bumetanide, furosemide Via lis van Henle Remming Na+/K+/2Cl- co-transport Hoger aanbod Na+ in distale tubulus Eerste deel verzamelbuis activeert Na+/K+ co-transport met verhoogde K+ uitscheiding
CARDIOVASCULAIR: Diuretica Mechanisme thiazidediuretica Hoe snel effect Via welk deel van de nieren Hoe?
Mechanisme thiazidediuretica: Matig, langaanhoudend diuretisch effect Vb. chloorthalidon, hydrochloorthiazide Via distale tubulus Remming Na+/Cl- co-transport Hoger aanbod Na+ in distale tubulus Eerste deel verzamelbuis activeert Na+/K+ co-transport met verhoogde K+ uitscheiding
CARDIOVASCULAIR: Diuretica Mechanisme kaliumsparende diuretica Hoe snel effect Via welk deel van de nieren Hoe?
Mechanisme kaliumsparende diuretica: Zwak diuretisch effect Vb. amiloride, spironolacton, triamtereen Via corticale verzamelbuis Competatieve antagonist van aldosteron op aldosteronreceptor (spironolacton) --> remming Na+/K+ uitwisseling Remming corticale Na+ kanalen (amiloride, triamtereen)
CARDIOVASCULAIR: Diuretica Indicaties lisdiuretica (2) Duur Wat te doen bij verminderde nierfunctie
Indicatie en eigenschappen lisdiuretica: Kortademigheid en oedeem bij hartfalen En/of ascites bij levercirrose Kenmerken: Duur: 6 uur (lasix = last voor six hours) Verminderde nierfunctie? Hogere dosering
CARDIOVASCULAIR: Diuretica Indicaties thiazidediuretica (2) Wel of niet goed werkzaam bij verminderde nierfunctie
Indicatie en eigenschappen thiazidediuretica: Hypertensie Kortademigheid en oedeem bij mild hartfalen Kenmerken: Werken niet goed bij verminderde nierfunctie
CARDIOVASCULAIR: Diuretica Indicaties kaliumsparende diuretica (2) CAVE
Kaliumsparende diuretica: Spironolacton: prognoseverbetering bij ernstig hartfalen (NYHA3). Reden: vermindert remodellering van het hart Amiloride en triamtereen kunnen i.c.m. lis- en thiazidediuretica gegeven worden --> voorkomen kaliumdepletie CAVE: hyperkaliëmie
CARDIOVASCULAIR: Diuretica Interacties met bijwerkingen (4)
Bijwerking en interactie Verhoogde valneiging Bloeddrukverlagende middelen Opiaten Benzo's Hyponatriëmie SSRI's (SIADH) RAS-remmers Hyperkaliëmie RAS-remmers NSAIDs Verminderd effect NSAIDs (dor zoutretentie)
CARDIOVASCULAIR: Lisdiuretica Bijwerkingen (2) RR Behandeling
Bijwerkingen lisdiuretica: geldt ook voor thiazidediuretica Verminderd circulerend volume --> hypotensie en dehydratie RR: koorts, diarree, braken, anorexie Stoppen! evt. rehydratie Hypokaliëmie --> spierzwakte RR: verminderde intake, diarree, ouderen Kaliumsuppletie (drank/tabletten) of toevoegen/overstappen kaliumsparend diureticum of RAS-remmer
CARDIOVASCULAIR: Thiazidediuretica Bijwerkingen (3) RR Behandeling
Overige bijwerkingen thiazidediuretica: Verminderd circulerend volume --> hypotensie en dehydratie RR: koorts, diarree, braken, anorexie Stoppen! evt. rehydratie Hypokaliëmie --> spierzwakte RR: verminderde intake, diarree, ouderen Kaliumsuppletie (drank/tabletten) of toevoegen/overstappen kaliumsparend diureticum of RAS-remmer Bovenstaande is hetzelfde als bij lisdiuretica Hyponatriëmie --> misselijkheid, verwardheid RR: ouderen, verminderde intake eiwitten en zout 5-9 dagen na start thiazided…
CARDIOVASCULAIR: Kaliumsparende diuretica Bijwerkingen (1) RR Behandeling
Bijwerkingen kaliumsparende diuretica: Hyperkaliëmie --> ritmestoornissen, dehydratie, hypotensie, nierfalen, duizeligheid --> verhoogde valneiging RR: DM, hartfalen, ouderen, nierfalen Stoppen, bij start bij leeftijd >70 jaar en RR labcontrole op Ka+ of kaliumintake beperken Behandelen met calciumgluconaat, insuline/glucose, natrium-polysereensulfaat (resonium) of dialyse
CARDIOVASCULAIR: Sympathicolytica β-receptorblokkerende sympathicolytica Soorten (2) Blokkade hiervan leidt tot (5)
β-receptorblokkerende sympathicolytica β1-receptoren: pacemaker en spiercellen van het hart. Prikkeling zorgt voor: chronotropie (effect op hartfrequentie), inotropie (toename contractiekracht), dromotropie (versnelling prikkelgeleiding) β2-receptoren: gladde spiercellen van wanden van luchtwegen en bepaalde bloedvaten. Prikkeling zorgt voor: verwijding bronchiolen en vasodilatatie bloedvaten, evt. reflectoire tachycardie bij dalen bloeddruk Blokkade leidt tot bloeddrukdaling, afname HMV, toena…
CARDIOVASCULAIR: Sympathicolytica β-receptorblokkerende sympathicolytica Medicamenteuze therapie (2)
Medicamenteuze therapie (β-blokkers): verbeteren ventriculaire vulling tijdens diastole en verminderen ischemie. Selectieve β-blokkers (blokkeren β1): atenolol, bisoprolol, metoprolol Niet-selectieve β-blokkers (blokkeren β1 en β2): propranolol, labetalol, sotalol --> effect op hart en ademhalingswegen
CARDIOVASCULAIR: Sympathicolytica Alfa-receptorblokkerende sympathicolytica Werkt op twee manieren
Alfa-receptorblokkerende sympathicolytica Hypertensie: verwijding arteriolen en venen --> bloeddrukdaling CAVE: orthostase --> verhoogde valneiging Mictieklachten: relaxatie gladden spieren in prostaat en urinewegen Vb. tamsulosine, labetalol (ook een niet selectieve β-blokkers
CARDIOVASCULAIR: Sympathicolytica Indicaties (4)
Indicaties: AF Frequentiecontrole: alle β-blokkers Ritmecontrole: sotalol AP Secundaire preventie na MI Hypertensie Stabiel chronisch hartfalen met verminderde systolische ventrikelfunctie
CARDIOVASCULAIR: Sympathicolytica Bijwerkingen (5) Moet bij metoprolol de dosering aangepast worden aan de nierfunctie?
Bijwerkingen: Hypotensie Bradycardie Orthostatische hypotensie --> verhoogde valneiging. CAVE bij ouderen Bij sotalol: hypokaliëmie en nierfunctieverlies? Hoger risico op ritmestoornissen (QT-verlening, torsades, VF, plotse dood). Daarom terughoudend zijn bij ouderen Bronchospasmen (let op bij astma) Bij metoprolol hoeft de dosering niet aangepast te worden bij verminderde nierfunctie
CARDIOVASCULAIR: Sympathicolytica Interacties met bijwerkingen (3)
Interacties en bijwerkingen: Bradycardie Calciumantagnoisten Andere negatief chronotrope medicatie Ritmestoornissen (bij sotalol) Middelen die kaliumspiegels verlagen (thiazide- en lisdiuretica) Middelen die nierfunctie verminderen (NSAID) Middelen die QT-tijd verlengen (antipsychotica) Verminderen effect NSAID (o.a. door zoutretentie)
CARDIOVASCULAIR: Calcium-antagonisten Algemeen werkingsmechanisme
Algemeen werkingsmechanisme: Calcium is nodig voor contractie spiercellen en geleiding van impulsen in SA en AV-knoop. Calciumantagonisten blokkeren instroom extracellulair calcium --> prikkelgeleiding en contractie hartspiervezels/gladde spiercellen verminderen. Gevolgen: Vertraging prikkelgeleiding SA- en AV-knoop Vasodilatatie (coronair en systemisch)
CARDIOVASCULAIR: Calcium-antagonisten Soorten (2) Indicatie
Soorten: Dihydropyridineverbindingen Effect op gladde spiercellen --> verlagen vaattonus + verwijding coronairarteriën en perifere arteriën + verlaging bloeddruk Indicatie: hypertensie Vb. amlodipine, nifedipine Non-dihydropyridineverbindingen/overig Invloed op SA- en AV-geleiding + vaatverwijding Indicatie: hypertensie en/of AF Vb. verapamil (enzyminhibitor), diltiazem (voorkeur i.v.m. minder negatief inotroop). Kunnen bij AF hartfrequentie laten dalen
CARDIOVASCULAIR: Calcium-antagonisten Bijwerkingen Dihydropyridinen (5) Overige CA (5 + 1)
Bijwerkingen dihydropyridinen: Ongewenst vaatverwijdende effecten: hoofdpijn, flushes, oedeem, duizeligheid, reflextachycardie Hypotensie Verhoogde valneiging Perifeer oedeem Obstipatie Bijwerkingen overige CA: Bovenstaand Bradycardie (verapamil en diltiazem)
CARDIOVASCULAIR: Calcium-antagonisten Interacties (2)
Interacties: Dihydropyridinen Middelen die CYP3A4 beïnvloeden Overig β-blokkers: risico op bradycardie en AV-geleidingsstoornissen
CARDIOVASCULAIR: RAS-remmers Uitleg RAS-systeem
Bloeddrukverlaging en Na+-depletie --> renine uitscheiding door juxtaglomerulaire cellen in nier --> angiotensine I door ACE omgezet in angiotensine II --> vasoconstrictief --> inductie vrijkomen aldosteron uit bijnierschors --> bloeddrukstijging + natrium- en waterretentie + toename kaliumuitscheiding
CARDIOVASCULAIR: RAS-remmers Soorten (2) Indicatie Bij eerste (4) Bij tweede (1)
Soorten: ACE-remmers Remming vorming ATII --> lagere bloeddruk, regressie harthypertrofie, vaatverwijding, vermindering hyperplasie van vasculaire gladde spiercellen + perfusiedruk glomerulus verlaagd (gunstig voor diabetische nefropathie of nierziekten i.c.m. proteïnurie) Indicatie: Hypertensie Hartfalen (verminderen pre- en afterload --> gunstig effect op hypertrofie hartspier) MI: voorkomt remoddeling hartspiercellen --> voorkomt hartfalen Nefropathie met proteinurie, micro-albuminurie: arte…
CARDIOVASCULAIR: RAS-remmers Bijwerkingen (5)
Bijwerkingen: Hyperkaliëmie Nierfalen Reversibele stijging van serumcreatinine (10%) Verbeteren proteinurie bij nefropathie Remmen achteruitgang nierfunctie af CAVE: nierinsufficiëntie i.c.m. NSAID Hypotensie --> valneiging Vooral i.c.m. diureticum. Oplossing: ACE-remmer 's avonds doseren Angio-oedeem farynxgebied (0.1-0.5% zeldzaam) Kriebelhoest "start low, go slow"
CARDIOVASCULAIR: RAS-remmers Interacties + RR met bijwerkingen (5)
Interacties en bijwerkingen: Nierfalen RR: dehydratie, braken, diarree, koorts, hoge omgevingstemp, anorexie Diuretica NSAID Hyperkaliëmie RR: DM, hartfalen, nieraflen Kaliumsparende diuretica Hypotensie RR: ouderen, dehydratie Diuretica (eerst staken) Valneiging RR: ouderen, dehydratie Antihypertensiva Opiaten Benzo's Verminderd effect RR: nierfunctiestoornissen NSAIDs (door zoutretentie)
CARDIOVASCULAIR: Nitraten Werkingsmechanisme Functie nitraten (3)
Werkingsmechanisme: Direct vaatverwijdend effect op veneuze en coronaire bloedvaten. Bij hoge (i.v.) dosering ook op arteriolen. Functie nitraten: Worden binnen gladde spiercellen omgezet in NO --> vaatverwijding Remming trombo adhesie en -aggregatie Spelen rol in endotheelfunctie en contractiliteit van myocard
CARDIOVASCULAIR: Hartglycosiden (digoxine) Werkingsmechanisme Indicatie (2)
Werkingsmechanisme: Vergroot contractiekracht hart Verlaagt HF Vertraagt AV-geleiding Indicatie: Hartfalen AF met snelle volgfrequentie
CARDIOVASCULAIR: Nitraten Eigenschappen ISMN Wel of geen first-pass effect T1/2 Toedieningsweg ISDM Wel of geen first-pass effect T1/2 Toedieningsweg
Eigenschappen: Isosorbide-mononitraat (ISMN) Geen first-pass effect --> minder fluctuaties in plasmaspiegel T1/2 4-5 uur Alleen oraal Isosorbide-dinitraat (ISDN) Groot first-pass effect --> biologische beschikbaarheid varieert 20-30% T1/2 30-60 min Toedieningswijze Oromucosaal: couperen aanval AP Oraal: onderhoudsbehandeling. CAVE: tollerantie. Oplossing 8-12 uur/dag nitraatvrij/arm interval inlassen I.v.: alleen bij ernstig acuut harfalen
CARDIOVASCULAIR: Hartglycosiden (digoxine) Kenmerken Hoe geklaard T1/2 Wat te doen bij verzadiging Nadeel
Kenmerken: Renale klaring T1/2 40-70 uur Verzadiging kan optreden: oplaaddosis (digitalisatie), daarna onderhoudsdosering Nadeel: smalle therapeutische breedte, ernstige intox verschijnselen (ritmestoornis)
CARDIOVASCULAIR: Hartglycosiden (digoxine) Interacties met bijwerkingen (2)
Interacties en bijwerkingen: Ritmestoornissen Lis- en thiazidediuretica NSAIDs Bradycardie Verapamil en andere middelen met negatief chronotrope werking
CARDIOVASCULAIR: Nitraten Indicaties (2) Bijwerkingen (1) RR Oplossing
Indicaties: AP Longoedeem/astma cardiale Bijwerkingen: Nitraatcollaps RR: ouderen die ondervuld zijn Oplossing: goede instructies