Farmaco: ANTIBIOTICA

25 flashcards · Other · by Puck Christine van Elst

  1. ANTIBIOTICA: Groepen AB (8)

    Groepen AB: β-lactam Penicillinen (benzylpenicilline, amoxicilline, amixicilline/clavulaanzuur, flucloxacilline, peperacilline, peperacilline-azobactam) Cefalosporinen (cefalozine, cefuroxime, ceftriaxon) Carbapenems (meropenem) Tetracyclinen (doxycycline) Aminoglycosiden (gentamicine) Macroliden (azytromycine, claritromycine) Sulfonamiden/trimethoprim (co-trimoxazol) Chinolonen (ciprofloxacine) Middelen bij UWI (nitrofurantoïne, fosfomycine, trimethoprim, vaak ook i.c.m. co-trimoxazol Middelen…

  2. ANTIBIOTICA: Gram-positieve vs. gram-negatieve bacteriën

    Gram-positief: Dikke celwand Met peptidoglycanen Gram-negatief: Dunne celwand Extra buitenmembraan Met lipo-poly-saccharides (LPS) Verder onderscheid bacteriën: kokken en staven, aerobe en anaerobe

  3. ANTIBIOTICA: Algemene "regels" AB

    Algemene "regels": Alle AB kunnen GI-klachten geven Reden: verstoring darmflora door niet-geresorbeerde AB Meeste AB wordt renaal geklaard Dosisaanpassing bij verminderde nierfunctie Alle AB hebben klinische interactie met coumarines Effect coumarine wordt indirect versterkt door AB door verhoogde afbraak stollingseiwitten tijdens koorts Bij start AB altijd contact opnemen met trombosedienst

  4. ANTIBIOTICA: β-lactam AB Kenmerk Resistentie treedt op door Soorten

    Kenmerk: β-lactamring, is essentieel voor antimicrobiële werking Resistentie: sommige bacteriën hebben een enzym (β-lactamase) --> splitst β-lactamring open --> werkt niet meer Soorten: Penicillinen: benzylpenicilline, amoxicilline, amixicilline/clavulaanzuur, flucloxacilline, peperacilline, peperacilline-azobactam Cefalosporinen: cefalozine, cefuroxime, ceftriaxon Carbapenems (meropenem)

  5. ANTIBIOTICA: β-lactam AB Algemeen werkingsmechanisme Werkzaam tegen Resistentie MRSA Oplossing

    Werkingsmechanisme: aangrijpingspunt op synthese van bacteriële celwand (bouwen celwand af) Daarom: Bactericide werking bij snelgroeiende bacteriën Gericht effect op verwekkers van chronische processen Vooral geschikt tegen infecties met gram-positieve bacteriën MAAR: 80-90% van S. Aureus zijn resistent tegen benzylpenicilline en amoxicilline door penicillinase flucloxacilline daarom eerste keus MRSA = meticillineresisstente S. Aureus-stammen: β-lactamase breekt β-lactamring af (ook bij fluclox…

  6. ANTIBIOTICA: β-lactam AB Penicillinen Soorten (2)

    Soorten: Smalspectrum Benzylpenicilline Flucloxacilline Breedspectrum Amoxicilline Amoxicilline-clavulaanzuur Piperacilline-tazobactam

  7. ANTIBIOTICA: β-lactam AB Penicillinen Bijwerkingen (3) Hoeveel procent ontwikkelt een kruisovergevoeligheid met middel .....?

    Bijwerkingen: Huidreacties (vooral bij amoxicilline, niet-immunologisch) Bij mononucleosis infectiosa en lymfatische leukemie ontwikkelt 90% een huideruptie Diarree Soms veroorzaakt door clostridioses difficile --> pseudomembraneuze collitis Behandeling: staken + behandeling tegen C. difficile Anafylactische shock Incidentie: 0.01-0.04% In 2% kruisovergevoeligheid met bij een penicilline-allergie met cefalosporines. Je reageert hier dan ook overgevoelig op.

  8. ANTIBIOTICA: β-lactam AB Cefalosporinen Generaties, eerste drie uitleggen

    Generaties: 1e: smalspectrum, vooral werkzaam tegen gram-positieve en beetje gram-negatieve bacteriën (die β-lactamase negatief zijn) vb. cefazoline 2e: effectief tegen β-lactamase en meer effect op gram-negatieve organismen vb. cefuroxim 3e: breedspectrum vb. ceftazidim: gram-negatieve bacteriën, incl. pseudomonas aeruginosa vb. ceftriaxon: gram-positieve en -negatieve bacteriën Er zijn in totaal 5 generaties, maar in NL worden vooral de eerste 3 gebruikt

  9. ANTIBIOTICA: β-lactam AB Carbapenem

    Werking is heel breed, dekt bijna alle soorten gram-positieve (m.u.v. MRSA), gram-negatieve en anaerobe bacteriën. Reserve middelen/laatste redmiddel bij bijv. extended spectrum β-lactamase producerende bacteriën (ESBL) vb. meropenem

  10. ANTIBIOTICA: Tetracyclinen Doxycycline Werkingsmechanisme Werkzaam tegen CI

    Werkingsmechanisme: remmen eiwitsynthese. Vooral voor: Gram-positieve bacteriën Intracellulair voorkomende micro-organismen (Q-koorts, mycoplasma chlamydia) Contra-indicaties: Zwangeren (groeiremming) < 8 jaar (gebitsverkleuring) Zonlicht

  11. ANTIBIOTICA: Tetracyclinen Doxycycline Bijwerkingen (3) Indicaties (9)

    Bijwerkingen: Gebitsverkleuring Fotosensibilisatie --> uitslag of verbranden in zon Schadelijke effecten op bot- en tandweefsel --> groeiremming Indicatie: Indien CI penicilline Milde pneumonie Exacerbatie van chronische bronchitis Chlam trachomatis Acne vulgaris Tyfus Q-koorts Malaria Tekenbeet

  12. ANTIBIOTICA: Tetracyclinen Doxycycline Interactie (1) Advies

    Interacties i.c.m. bijwerking: Verminderde absorptie tetracyclinen (ontstaan onoplosbare complexen) Aluminium, calcium, ijzer, magnesium bevattende preparaten (ijzerpreparaten of antacida) Advies: Vermijden Interval van minimaal 3 uur voor of 2 uur na het preparaat innemen M.u.v. ferrofumaraat: tijdelijk stoppen of vervangen door alternatief

  13. ANTIBIOTICA: Aminoglycosiden Gentamicine Werkingsmechanisme Werkzaam tegen Kenmerken Inname Schadelijk voor Vicieuze cirkel

    Werkingsmechanisme: remmen eiwitsynthese (blokkeren interactie mRNA en ribosomen). Vooral werkzaam tegen gram-negatieve staven Kenmerken: Inname: alleen parenteraal (worden niet door darmen opgenomen) Ototoxisch (irreversibel) en nefrotoxisch (reversibel) Bij toediening spiegel bepalen Kans op vicieuze cirkel: door nefrotoxiciteit vermindert de nierfunctie --> risico op accumulatie --> nog verdere afname nierfunctie --> toenemende kans ototoxiciteit

  14. ANTIBIOTICA: Macroliden Claritromycine en azitromycine Werkingsmechanisme Werkzaam tegen

    Werkingsmechanisme: remmen eiwitsynthese. Vooral werkzaam tegen gram-positieve bacteriën zoals S. aureus, pneumokokken, intracellulair voorkomende (atypische) micro-organismen, zoals Legionella, Chlamydia, Mycoplasma, Coxiella Burnetti

  15. ANTIBIOTICA: Macroliden Claritromycine en azitromycine Interacties met bijwerkingen (2)

    Interacties met bijwerking: Rhabdomyolyse CYP3A4 metabolisers (simvastatine, atorvastatine) (claritromycine remt namelijk CYP3A4 en dus ook afbraak van statines) QT-inverval verlengen --> torsade de pointes QT-interval verlengende medicatie

  16. ANTIBIOTICA: Sulfonamiden/trimethoprim Co-trimoxazol Werkingsmechanisme Waarom combinatie sulfonamiden en trimethoprim?

    Werkingsmechanisme: remt foliumzuuromzetting (remt aanmaak van essentiële metabolieten) Sulfonamiden: blokkeert dihydrofoliumzuur door blokkering van de inbouw van para-aminobenzoëzuur) Trimethoprim: dihydrofoliumzuurreductase --> inhibeert omzetting dihydrofoliumzuur tot tetrahydrofoliumzuur De combinatie versterkt elkaar (synergisme): werkzaamheid 5-10x groter dan

  17. ANTIBIOTICA: Sulfonamiden/trimethoprim Co-trimoxazol Interacties met bijwerkingen (3)

    Bacteriën zijn veel gevoeliger voor dihydrofolaatreductase dan mensen, daarom leidt het gebruik alleen niet tot ernstige bloedbeeldafwijkingen. Dit kan wel zo zijn i.c.m. andere medicatie Interacties met bijwerkingen: TRIMETHOPRIM EN COTRIMOXAZOL Megaloblastaire anemie/MTX-toxiciteit (beenmergsuppresie, mondulcera) Methotrexaat ALLEEN COTRIMOXAZOL Doorschieten INR en bloedingen Coumarines Mechanisme hierachter: VKA worden door CYP2C9 gemetaboliseerd --> bij koorts werkt CYP2C9 minder + sulfamet…

  18. ANTIBIOTICA: Chinolonen Ciprofloxacine Werkingsmechanisme Werkzaam tegen

    Werkingsmechanisme: remming bacteriële DNA-gyrase --> minder goede winding van lange DNA-ketens rondom een RNA-kern (dus DNA kan minder goed afgelezen worden). Vooral werkzaam tegen gram-negatieve organismen

  19. ANTIBIOTICA: Chinolonen Ciprofloxacine Interacties met bijwerkingen (2)

    Interactie met bijwerkingen: QTc-interval verlengen --> torsade de pointes QTc-interval verlengers Onoplosbare complexen Zink, calcium, magnesium, aluminium en ijzerhoudende preparaten Gevolg: verminderde absorptie van chinolonen

  20. ANTIBIOTICA: Middelen bij UWI Veelvoorkomende verwekker Onderliggende aandoeningen die een rol spelen bij UWI's Eindterm: richtlijnen AB therapie NIET, werking en farmacokinetiek wel

    Veelvoorkomende verwekker: E. coli maar ook onderliggende aandoeningen zoals prostaathyperplasie, prostatitis, verminderde weerstand (vb. bij DM), steenlijden, neurogene blaas

  21. ANTIBIOTICA: Middelen bij UWI Nitrofurantoïne Werkingsmechanisme Doel Nierfunctiestoornis Wat te doen bij gecompliceerde infecties/weefselinvasie? Welke middelen

    Werkingsmechanisme: remt energiemetabolisme van bacterie (Krebs-cyclus) + verstoring eiwitsynthese bacterie. Is erg hydrofiel → blijft in blaas, dus niet veel bijwerkingen Doel: hoge concentraties in urine, lage concentraties in bloed Bij nierfunctiestoornis hoger doseren i.v.m. verminderde werkzaamheid Bij gecompliceerde infecties langer behandelen (vb. bij weefselinvasie) met AB die weefsels doordringen, zoals ciprofloxacine, augmentin, co-trimoxazol

  22. ANTIBIOTICA: Middelen bij anaerobe infecties Metronidazol Werkingsmechanisme Werkzaam bij ..... verwekkers Wel of geen profylaxe? Wel of niet i.c.m. andere AB?

    Werkingsmechanisme: breken DNA bacterie af → celdood. Heeft zelf geen antimicrobiële werking. Vooral werkzaam bij anaerobe verwekkers. Soms ook als profylaxe voor anaeroben en vaak i.c.m. ander AB voor complete dekking (soms menginfecties)

  23. ANTIBIOTICA: Middelen bij anaerobe infecties Metronidazol Verwekkers die gevoelig zijn (3)

    Verwekkers die gevoelig zijn voor metronidazol: Bacteriodes fragilis Clostridium difficile Clostridium perfringens

  24. ANTIBIOTICA: Middelen bij anaerobe infecties Metronidazol Contra-indicatie (1)

    CI: alcohol (tot 48 uur na staken AB) Reden: remt aldehyde-dehydrogenase --> verhoogde aceetaldehydeconcentratie --> misselijk, braken, rood gelaat, hoofdpijn (disulfiram achtige reactie)

  25. ANTIBIOTICA: Aanwijzingen voor het maken van een keuze Voorkeursmiddelen smal/breed spectrum Duur Redenen niet aanslaan AB (5)

    Voorkeursmiddelen: smalspectrum Duur: indien mogelijk zo kort mogelijk i.v. (voorkeur 3-4 dagen), daarna over op oraal Redenen niet aanslaan AB: Andere verwekker Koortsende, niet-infectieuze ziekte maligniteiten (lymfoom, Grawitz), auto-immuun (ziekte van Still), bijwerkingen gnm (penicilline, isoniazide, nitrofurantoïne) Infectiehaard moeilijk te bereiken (vb. abces, empyeem, corpus alienum, moeilijk bereikbaar compartiment zoals hartklep, bot, brein) Resistentie Extended Spectrum β-Lactamase…