Farmaco: alle eindtermen

46 flashcards · Other · by Puck Christine van Elst

  1. PIJN: Eindtermen paracetamol Bijwerking pcm + dosis RR leverbeschadiging Middel bij pcm-intox

    Bijwerking pcm: leverbeschadiging bij dosis > 150 mg/kg/dag RR leverbeschadiging: pre-existente leverbeschadiging, alcoholisme, slechte voedingstoestand Pcm-intoxicatie: N-acetylcysteïne

  2. PIJN: Eindtermen NSAIDs Werkingsmechanisme Werking Soorten Bijwerkingen RR ontwikkelen ulcus bij NSAID Preventie ulcus Interacties

    Werkingsmechanisme NSAIDs: remming prostaglandinesynthese door remming COX. Zorgt voor zowel de werking als de bijwerking. Werking: pijnstillend, koortswerend, ontstekingsremmend Soorten: Klassiek: ibuprofen, naproxen, diclofenac Selectieve-COX-2-remmers: celecoxib Bijwerkingen Ulcus pepticum Nierfalen Trombocytopathie Verergering hartfalen door water- en zoutretentie RR ontwikkelen ulcus bij NSAID: Hartfalen Dehydratie Sepsis Pre-existent nierfalen Preventie ulcus: PPI Interacties: GI-bloeding…

  3. PIJN: Eindtermen opioïden Receptoren Effecten Couperen Fentanyl Tramadol Codeïne RR afhankelijkheid Bijwerkingen opiaten

    Binding aan opioïdreceptoren: µ, κ, δ Effecten: Analgesie Ademdepressie Miosis Obstipatie Eurofie Dysforie Sedatie Afhankelijkheid Werkingsmechanisme zorgt ook voor bijwerkingen Couperen: naloxon (competatieve antagonist voor alle opiaatreceptoren) Fentanyl: Toedieningsvormen: nasaal, transdermaal, buccaal. Is veel sterker dan morfine Tramadol: Zwak analgetisch effect Veel bijwerkingen (duizelig, delier, misselijk) Remmende werken heropname van noradrenaline en serotonine Codeïne: Afhankelijk v…

  4. ANTISTOLLING: Eindtermen anticoagulantia Trombocytenaggregatieremmers Werkingsmechanisme ascal Indicaties ascal Werkingsmechanisme clopidogrel Indicaties clopi Wat doen ascal en clopi met trombo's? Duur effect ascal en clopi Werkingsmechanisme ticagrelor Indicaties tica Duur ticagrelor Bijwerkingen Wat te doen bij operatie

    Werkingsmechanisme ascal: remt COX --> vorming tromoxaan A2 neemt af --> remming primaire hemostase Indicaties ascal Primaire en secundaire preventie bij arterieel vaatlijden zoals MI, AP, post CABG Tweede keus na TIA of CVA Perifeer arterieel vaatlijden Levenslang! Werkingsmechanisme clopidogrel: gericht tegen ADP-receptor op trombo's Indicaties clopi Na stentplaatsing ACS Perifeer vaatlijden TIA of CVA Ascal en clopi remmen allebei irreversibel de trombocytenfunctie --> effect houdt 1 week aa…

  5. ANTISTOLLING: Eindtermen anticoagulantia VKA Soorten Vit K afhankelijke stollingsfactoren T1/2 acenocoumarol vs. fenprocoumon + werking Indicaties VKA Kans op TIA/CVA berekenen bij AF middels Bijwerkingen Couperen

    Soorten VKA: Acenocoumarol Fenprocoumon Vit K afhankelijke stollingsfactoren: 9, 10, 7, 2 (1972) Acenocoumarol T1/2: 8-11 uur: korte werking (dagen) Fenprocoumon T1/2: 160 uur: lange werken (weken) Indicaties VKA AF Mechanisme klepprothese LE DVT Kans op TIA/CVA bij AF berekend middels CHA2DS2-VASc-score > 1: VKA aanbevolgen ter preventie van (recidief) stolsel 0-1 geen VKA Bijwerkingen Risico op bloedingen RR: therapieontrouw, onregelmatige alcoholinname, koortsende ziekte Dosering bepalen a.d…

  6. ANTISTOLLING: Eindtermen anticoagulantia Heparines Soorten Werkingsmechanisme Toedieningswijze Indicaties Bijwerkingen Couperen

    Soorten heparines: heparine, nadroparine Werkingsmechanisme: directe remmers van geactiveerde stollingsfactoren (vooral trombine en factor Xa) Toedieningswijze: parenteraal Indicaties: Tromboseprofylaxe ter overbrugging bij/starten/onderbreken van VKA en DOACs Bijwerkingen Risico op bloedingen Vooral i.c.m. NSAID Accumulatie LMWH bij nierinsufficiëntie Labcontrole: nadroparine, anti-Xa Aanpassen aan nierfunctie Couperen: protamine

  7. ANTISTOLLING: Eindtermen anticoagulantia DOAC Soorten Indicaties Niet-geïndiceerd bij Bijwerkingen Interacties Couperen

    Soorten: Dabigatran (remmer factor II) Apixaban en rivaroxaban (remmers van factor Xa) Indicaties: Non-valvulair AF bij CHADVASC > 1 DVT LE NIET geindiceerd bij AF en matige/ernstige mitralisstenose of mechanische klepprothese Bijwerkingen Risico op bloedingen RR: nierfunctieverlies Dosisaanpassen of overstappen VKA Interacties Verhogen of verlagen bloedspiegel DOAC bij CYP3A4 inhibiters of inducers Couperen dabigatran: idarucizumab Couperen apixaban of rivaxocaban: Cofact

  8. CARDIOVASCULAIR Eindtermen diuretica Diuretica Werkingsmechanisme algemeen Indicatie thiazidediuretica Indicatie lisdiuretica Indicatie kaliumsparende diuretica

    Werkingsmechanisme: diuretica remmen elektrolytenabsorptie in nier en vergroten daardoor de natriumuitscheiding in de urine Indicatie thiazidediuretica: Hypertensie Mild hartfalen werking daalt bij verminderde nierfunctie Indicatie lisdiuretica: Hartfalen werking daalt bij verminderde nierfunctie Indicatie kaliumsparende diuretica: vaak naast lis- of thiazidediuretica ter voorkoming van hypokaliëmie Spironolaton: hartfalen NYHA III beperkt hermodellering van hart zwak diuretisch effect Bijwerki…

  9. CARDIOVASCULAIR Eindtermen sympathicolytica β-blokkers Werking Indicatie Bijwerkingen

    Werking β-blokkers: Verlaging HF Verlaging bloeddruk Verlaging contractiliteit hart Indicatie β-blokkers: AF Hypertensie Hartfalen Secundaire preventie na MI Bijwerkingen β-blokkers: Hypotensie Bradycardie Verhoogde valneiging Sotalol: ritmestoornissen RR: bij hypokaliëmie en nierfunctieverlies (want sotalol wordt door nier uitgescheiden)

  10. CARDIOVASCULAIR Eindtermen calcium-antagonisten Soorten Indicatie Bijwerking CI

    Soorten: Dihydropyridines (amlodipine, nifedipine) Werken op gladde spiercellen --> verlagen vaattonus Zorgen voor verwijding coronairarteriën en perifere arteriën Verlagen bloeddruk Indicatie: hypertensie Bijwerkingen: hypotensie, valneiging Non-dihydropyridines (verapamil, diltiazem) Zorgen voor bradycardie CI β-blokkers en combi verapamil en diltiazem

  11. CARDIOVASCULAIR Eindtermen RAS-remmer ACE-remmer Werking Indicatie Bijwerkingen

    Werking: grijpen aan op renine-angiotensinesysteem Indicatie: Hypertensie Hartfalen Diabetische proteïnurie Bijwerkingen: Hyperkaliëmie Nierfalen Hypotensie Valneiging (beter 's avonds nemen) Angio-oedeem Kriebelhoest "start low, go slow"

  12. CARDIOVASCULAIR Eindtermen hartglycosiden Digoxine Werking Indicatie T1/2 Klaring Therapeutische breedte Bijwerking + RR

    Werking: Vergroot contractiekracht hart Verlaagt HF Vertraagt AV-geleiding Indicatie: Hartfalen AF met snelle ventrikelvolgfrequentie T1/2: 40-70 uur Klaring: renaal Smalle therapeutische breedte Bijwerking: Ritmestoornissen RR: hypokaliëmie, nierfunctieverlies

  13. CARDIOVASCULAIR Eindtermen nitraten Indicatie Verschillen in toediening Probleem onderhoudsbehandeling + oplossing Bijwerking + RR + oplossing

    Indicatie: AP Longoedeem Astma cardiale Verschillende manieren van toediening, ook topicaal (pleister) Probleem onderhoudsbehandeling: tolerantie voor het effect. Oplossing: intermitterend doseren Bijwerking: nitraatcollaps (vooral bij acute pijn op de borst/snelwerkende nitraat). RR: ondervulling. Oplossing: niet staand innemen

  14. ANTIDIABETICA: Eindtermen metformine Indicatie Klaring + gevolg Bijwerkingen CI

    Indicatie: DM2 met voldoende nierfunctie (>30) Klaring: renaal Gevolg: bij nierinsufficiëntie verhoogde bloedconcentratie en verlengde T1/2 Bijwerkingen: GI-klachten (dunne ontlasting, diarree) Lactaatacidose (zeldzaam) Contra-indicaties: Nierinsufficiëntie Hartfalen Chronische hypoxemie Sepsis

  15. ANTIDIABETICA: Eindtermen SU-derivaten Indicatie Bijwerking + RR + oplossing + CAVE

    Indicatie: DM2, onvoldoende reagerend op (alleen) metformine Bijwerkingen: Hypoglykemieën (door stimulerende werking op insulinesecretie) RR: slechte intake, inspanning, nierinsufficiëntie Oplossing hypoglykemie: eten koolhydraten, toedienen glucose of glucagon CAVE: hypoglykemie wordt gemaskeerd door niet-selectieve bètablokkers

  16. ANTIDIABETICA: Eindtermen SGLT2-remmers Bijwerking

    Bijwerking: Euglycemische diabetischer ketoacidose (glucose is lager dan gebruikelijk, <14 mmol/l) --> diagnose kan gemist worden

  17. ANTIDIABETICA: Eindtermen insuline Indicatie Wanneer ontstaat hypoglykemie?

    Indicatie: DM2, waarbij met dieet en orale middelen geen goede glycemische instelling wordt bereikt Hypoglykemie ontstaat bij: insuline + maaltijd overslaan of uitzonderlijk zware inspanning

  18. ANTIDEPRESSIVA Eindtermen TCA's Indicatie Bijweringen Interactie

    Indicatie TCA: matig-ernstige depressies neuropathische pijnen Bijwerkingen: Anticholinerg: droge mond, obstipatie, urineretentie, verwardheid Antihistaminerg: sedatie Anti-noradrenerg: orthostatische hypotensie Kinidineachtige werking: ritmestoornissen Interactie: Versterking orthostase i.c.m. diuretica

  19. ANTIDEPRESSIVA Eindtermen SSRI's Indicatie Bijwerkingen + interactie

    Indicatie SSRI: matig-ernstige depressie anxiolytische klachten bij angststoornissen obsessief-compulsieve stoornissen Bijwerkingen: serotonerg: SIADH (na 1 week) --> hyponatriëmie RR: i.c.m. thiazidediuretica trombocytopathie RR: i.c.m. NSAID serotoninesyndroom: agitatie, koorts, hyperreflexie

  20. ANTIDEPRESSIVA Eindtermen lithium Indicatie Klaring Beperkte therapeutische index Bijwerkingen

    Indicatie: Bipolaire stoornis Klaring: nier Beperkte therapeutische index --> regelmatig controle bloedspiegels Bijwerkingen: Dehydratie + diuretica/NSAID/RAS-remmer --> verhoogde bloedspiegel: misselijkheid, diarree, tremoren, myoclonieën, epileptische insulten

  21. BENZO's Eindtermen benzo's Werking Korte T1/2 Lange T1/2 Indicatie Bijwerkingen Interactie Maatregelen ter voorkomen van bijwerking

    Werking: versterken remmende werking GABA door binding met GABAa-ionkanaal --> influx van chloride-ionen wordt verlengd --> neuronale hyperpolarisatie Korte T1/2: oxazepam en temazepam (4-5 uur): zijn metabolieten van diazepam Lange T1/2: diazepam (40-100 uur) Indicatie: Slaapstoornissen Gegeneraliseerde angststoornissen Behandeling onderhoudsverschijnselen Koortsconvulsie Epileptisch insult Premedicatie bij chirurgische ingrepen Bijwerkingen: Spierhypotonie --> spierzwakte --> valneiging (voor…

  22. ANTIBIOTICA Eindtermen antibiotica β-lactam AB Bijwerkingen

    Bijwerkingen β-lactam AB: Diarree Overgevoeligheidsreacties (vooral huid, maar ook zelden anafylactische shock) Bij amoxicilline vaker niet-immunologisch gemedieerde huidreacties 2% kruisovergevoeligheid met cefalosporinen

  23. ANTIBIOTICA Eindtermen antibiotica Tetracyclinen Bijwerkingen CI Interactie

    Bijwerkingen tetracyclinen: Gebitsverkleuringen bij kinderen Fotosensibilisatie CI tetracyclinen: Zwangerschap (schadelijke werking op bot- en tandweefsel) < 8 jaar (schadelijke werking op bot- en tandweefsel) Zonlicht (fotosensibilisatie) Interactie tetracyclinen: Vorming van onoplosbare complexen Aluminium, calcium, ijzer en magnesium bevattende preparaten (zoals antacide) Advies: ander AB kiezen of indien mogelijk 2 middelen gescheiden innemen

  24. ANTIBIOTICA Eindtermen antibiotica Aminoglycosiden Indicatie Bijwerking

    Indicatie aminoglycosiden (Resistente) gram-negatieve bacteriën Belangrijke en zeer ernstige bijwerkingen (irreversibele doofheid en reversibele nierfunctiestoornissen) --> zo kort mogelijk toedienen!

  25. ANTIBIOTICA Eindtermen antibiotica Macroliden Soorten Werking Indicatie Nadeel Interactie

    Soorten: Claritromycine Azitromycine Werking: remmen eiwitsynthese van bacteriën Indicatie: Atypische (legionella, chlamydia pneumoniae, chlamydia psittica, coxiella burnetti (veroorzaakt Q-koorts) en gram-positive verwekkers Nadeel: kunnen via CYP3A4 afbraak remmen van veel andere geneesmiddelen (zoals statines) --> ernstige interacties Interactie: Torsade de pointes andere QTc-verlengende medicatie

  26. ANTIBIOTICA Eindtermen antibiotica Sulfonamiden/trimethoprim Interacties

    Interacties: Werking versterken methotrexaat Onderdrukken allebei activiteit dihydrofolaatreductase --> potentieel levensbedreigende beenmergsuppressie Afbraak VKA remmen --> stijging INR --> ernstige bloedingen

  27. ANTIBIOTICA Eindtermen antibiotica Chinolonen Indicatie Interactie

    Indicatie: Gramnegatieve organismen Interactie: Vorming onoplosbare complexen --> absorptie AB neemt af I.c.m. aluminium, calcium, ijzer en magnesium bevattende preparaten Oplossing: ander AB kiezen of indien mogelijk preparaten scheiden Torsade de pointes andere QTc-verlengende medicatie

  28. ANTIBIOTICA Eindtermen antibiotica Middelen bij UWI Werking nitro, fosfo, cypro

    Werkingsmechanisme nitrofurantoïne: remt energiemetabolisme van bacterie (Krebs-cyclus) + verstoring eiwitsynthese bacterie. Is erg hydrofiel → blijft in blaas, dus niet veel bijwerkingen Bij weefselinvasie ook middelen die buiten blaas komen Werkingsmechanisme fosfomycine: remt bacteriële celwandsynthese Werkingsmechanisme cyprofloxacine: Remt DNA-gyrase → minder goed DNA aflezen: is normaal nodig voor DNA replicatie, transcriptie, herstel en recombinatie

  29. ANTIBIOTICA Eindtermen antibiotica Aanwijzingen voor het maken van een keuze Kenmerken Redenen niet aanslaan therapie

    Kenmerken: Verwekker en gevoeligheid achterhalen Smalspectrum voorkeur boven breedspectrum Bij ernstige infecties eerst paar dagen i.v., na 3-4 dagen over op oraal Reden niet aanslaan therapie: Andere verwekker Koortsende, niet-infectieuze ziekte Infectiehaard moeilijk te bereiken (abces, empyeem, corpus alienum (prothese, catheter, infuus) , moeilijk te bereiken compartiment (hartklep, hersenvliezen, bot, gewrichten) Resistentie (ESBL, VRE, MRSA) - alleen met meropenem

  30. FARMACOKINETIEK Eindtermen farmacokinetiek Absorptie Biologische beschikbaarheid First-pass effect Biologisiche beschikbaarheid i.v.

    Absorptie Biologische beschikbaarheid (F) = de fractie van de toegediende dosis die onveranderd de algemene circulatie bereikt Na orale toediening kan een deel van de geabsorbeerde stof worden gemetaboliseerd door enzymen in de darmen of lever voordat het in de ciculatie komt (first-pass effect) Na i.v. toediening is de biologische beschikbaarheid 100%.

  31. FARMACOKINETIEK Eindtermen farmacokinetiek Distributie Verdelingsvolume Hoogte oplaaddosering Fictief verdelingsvolume

    Distributie Verdelingsvolume = verhouding tussen hoeveelheid opgenomen geneesmiddel in het lichaam en de plasmaconcentratie (direct na toediening is dat F x D/C0 Het verdelingsvolume bepaalt de hoogte van een oplaaddosering Fictief verdelingsvolume = het verdelingsvolume kan groter zijn dan het lichaamsgewicht

  32. FARMACOKINETIEK Eindtermen farmacokinetiek Eliminatie Klaring Onderhoudsdosis in steady state Enzyminhibitors Enzyminducers

    Eliminatie Klaring = hoeveelheid plasma die per tijdseenheid van de stof wordt ontdaan. Het is een maat voor de eliminatiecapaciteit door lever en nier. Onderhoudsdosis in steady state is alleen afhankelijk van de klaring Enzyminhibitors: zorgen voor hogere bloedspiegels --> effect treedt direct op Middelen: aozlen, grapefruitsap, claritromycine, erythromycine, verapamil Enzyminducers: medicijnen worden sneller afgebroken --> effect treedt na dagen-weken op Middelen: rifampicine, carbamazepine,…

  33. FARMACOKINETIEK Eindtermen farmacokinetiek T1/2 T1/2 Tijd tot ontwikkelen steady state Oplaaddosering Oorzaken lange T1/2

    T1/2 = de tijdsduur waarin de plasmaconcentratie in waarde halveert De tijd tot het ontwikkelen van een steady state is alleen afhankelijk van de T1/2. De T1/2 bepaalt de noodzaak van een oplaaddosering. Oorzaken lange T1/2: Geringe klaring Groot verdelingsvollume

  34. GENEESMIDDELENREACTIE Eindtermen geneesmiddelenreactie Anafylactische reactie Belangrijkste geneesmiddelen die reactie uitlokken Risicopatiënten Behandeling

    Soorten reacties: 1.Anafylactische reactie = circulatoire problemen, bronchospasmen, luchtwegproblemen door oedeem in epiglottis regio IgE-gemedieerde acute en ernstige reactie op voedsel, gnm of insectengif Niet-immunologisch gemedieerde mestcelactivatie: geeft hetzelfde klinische beeld. Vaak aspirine, NSAID, opiaten Frequente verantwoordelijke gnm: β-lactam AB NSAID Spierverslappers (bij anesthesie) RR anafylaxie: Frequente blootstelling Immuun activatie (chronische virale infecties) Astma/at…

  35. GENEESMIDDELENREACTIE Eindtermen geneesmiddelenreactie Herparine geinduceerde trombopenie (HIT) Soorten Behandeling

    Soorten reactie: 2.Heparine geinduceerde trombopenie (HIT) = antistof tegen complex van heparine en plaatjesfactor-4 --> binding leidt tot krachtige plaatjesactivatie --> verbruik trombo's --> trombocytopenie --> vaak ernstige arteriële of veneuze trombose ("paradoxale trombose") Type I: niet-immuungemedieerd: 1-4 dagen na start, trombo's dalen tot 100, geen anti-HEP/PF4 antilichamen, geen trombose, geen bloedingscomplicaties. Heparine continueren Type II: immuungemedieerd: 5-10 dagen na start,…

  36. GENEESMIDDELENREACTIE Eindtermen geneesmiddelenreactie Hemolytische anemie Veroorzakende gnm

    Gnm: β-lactam AB

  37. GENEESMIDDELENREACTIE Eindtermen geneesmiddelenreactie Huidreacties Geassocieerde gnm SCAR Frequent voorkomende gnm Behandeling

    Geassocieerde gnm: Penicillinen Cefalosporinen Allopurinol Carbamazepine SCAR: Frequent verantwoordelijke gnm: AB Carbamazepine Allopurinol Behandeling SCAR: Stap 1: STOPPEN! Stap 2: pijnbestrijding, infectiebestrijding, bij TEN doorverwijzing brandwondencentrum

  38. WET EN REGELGEVING: Eindtermen wet en regelgeving Recept schrijven

    Ieder recept moet de volgende onderdelen bevatten: Naam en geboortedatum patiënt Naam arts Naam/sterkte/hoeveelheid/gebruik van gnm Paraaf Datum Evt. afwijkende nierfunctie Reden van voorschrijven bij 23 gnm (carbamazepine, fluconazol, methotrexaat, rifampicine)

  39. WET EN REGELGEVING: Eindtermen wet en regelgeving Opiaat recept schrijven

    Volgens de opiumwet moeten de volgende onderdelen op een opiaat recept staan: Handtekening Sterkte en hoeveelheid volledig uitgeschreven Volledig adres arts incl telefoonnummer Datum Een geneesmiddel per recept Alle gegevens patiënt (naam, volledig adres) Herhalingen volledig uitgeschreven Onuitwisbare inkt

  40. WET EN REGELGEVING: Eindtermen wet en regelgeving Verkeersdeelname

    Sommige gnm kunnen reactievermogen/rijden beïnvloeden Categorieën: 1 = veilig (temazepam t/m 20 mg, oxazepam tot 50 mg: t/m 16 uur na inname niet rijden) 2 = licht tot matig negatieve invloed, waar gebruikers over het algemeen aan kunnen wennen 3 = ernstig, potentieel gevaarlijke invloed (bij morfine in lage dosering en tramadol mogen patiënten na twee weken gebruiken zonder bijwerkingen weer rijden. Bij temazepam >20 mg en oxazepam > 50 mg niet rijden. Bij clemastine niet rijden. Morfine > 20…

  41. GOED GENEESMIDDELEN GEBRUIK Eindtermen goed geneesmiddelen gebruik WHO-6 step Wanneer Gevolg Uitleg Belangrijke factor Therapietrouw bevorderen

    Wanneer: bij analyseren van patiëntprobleem Gevolg: leidt tot volledig recept Stappen: Probleemstelling: WD vaststellen in ernst, oorzaken, mogelijke gevolgen + evalueer bestaande therapieën Behandeldoel: curatief, symptomatisch, preventief, palliatief Behandelopties: keuze voor niet-med en med opties (EBM) + medicatie selecteren Controleren geschiktheid: comorbiditeiten, geslacht, leeftijd, ras, voorkeuren, wensen, zwanger, therapietrouw, comedicatie, allergie Recept en patiëntinformatie: rece…

  42. GOED GENEESMIDDELEN GEBRUIK Eindtermen goed geneesmiddelen gebruik Keuze geneesmiddelen

    Keuze geneesmiddel dient plaats te vinden op basis van de volgende factoren: Effectiviteit Veiligheid (nieuwe en oude medicatie) Kosten Doelmatigheid Resultaat: "goedkoop als het kan, duur als het moet"

  43. GOED GENEESMIDDELEN GEBRUIK Eindtermen goed geneesmiddelen gebruik Generieke substitutie

    Generieke substitutie = onderling vervangen van gnm met gezelfde werkzame stof, dezelfde sterkte en dezelfde farmaceutische vorm Registratie: geen nieuwe preklinische studies, alleen aantonen dat het werkzame bestanddeel op dezelfde wijze en gedurende dezelfde periode in het lichaam op plaats van werking komt als het spécialité

  44. GOED GENEESMIDDELEN GEBRUIK Eindtermen goed geneesmiddelen gebruik Overdracht en logistiek Actueel medicatieoverzicht Toestemming patiënt voor + wetten

    Op elk moment van voorschrijven moet er een actueel medicatieoverzicht beschikbaar zijn Er is toestemming van de patiënt nodig voor het opvragen, inzien, gebruiken en bijwerken van medicatiegegevens door behandelaars (AVG en WGBO)

  45. ZWANGERSCHAP EN LACTATIE Eindtermen zwangerschap en lactatie Beste bron RR behandeling tijdens zwangerschap Gnm die placenta niet passeren Risico's per trimester

    Bron: Teratologie Informatie Service van Lareb RR behandeling tijdens zwangerschap: infecties, chronische ziekte zoals DM, astma, epilepsie, hypertensie Nadroparine en heparine passeren placenta niet en zijn daardoor veilig Risico's per trimester: 1e trimester: abortus, aanlegstoornis 2e trimester: groeivertraging 3e trimester: farmacologische effecten van gnm op foetus, bijv. insuline, schildklierremmers Vlak voor partus: verhoogd risico op gecompliceerde partus (vb. bloedstolling beïnvloeden…

  46. ZWANGERSCHAP EN LACTATIE Eindtermen zwangerschap en lactatie Classificatiesysteem zwangerschap

    Meest veilig: pcm, nadroparine, amoxi, claritro, ascal max 160 mg/dag Waarschijnlijk veilig: kan gebruikt worden, maar liever uit categorie 'meest veilig' metoprolol, metformine, diclo en ibu (1e en 2e trim) Mogelijk risico: nadelige effecten afwegen tegen belang van behandeling. Controle bij gebruik Risico's op aangeboren afwijkingen: alleen gebruiken in uitzonderingsgevallen met extra controles carbamazepine, acenocoumarol, fenprocoumon, doxy (vanaf week 16), genta, enalapril (2e en 3e trim)…