J. WET- EN REGELGEVING

20 flashcards · Other · by hannahterlinden

  1. Hoe ziet de receptopbouw eruit?

    R / stofnaam en sterkte da. aantal/hoeveelheid S/ (signa) Hoe te gebruiken en extra waarschuwingen

  2. Wat is verdeeld versus onverdeeld?

    Verdeeld: vaste dosering. Onverdeeld: Patiënt moet nog de dosering doen (bijv hoeveelheden ml) (AD)

  3. Wanneer wordt DTD gebruikt en waar staat het voor?

    Het wordt gebruikt voor verdeelde medicijnen. Het betekent da tales doses.

  4. Bij welke medicijnen moet de indicatie op het recept vermeld worden?

    Carbamazepine Fluconazol Methotrexaat Rifampicine

  5. Wat betekent 'Da'

    Dit betekent geef/verstrek

  6. Moet je een afwijkende nierfunctie op een receptvermelden?

    Ja

  7. Moet de maximale dagdosering van opioden moet volledig worden uitgeschreven?

    Nee, de dagdosering niet. Dus bijv. de da. max. 4dd

  8. Valt tramadol onder de opiumwet?

    Nee

  9. Valt codeïne onder de opiumwet?

    Nee

  10. Welke medicamenten behoren tot de risicomedicatie voor verkeersdeelname?

    Benzodiazepine Opiaten TCA's anti-epileptica antipsychotica antihistaminica (clemastine)

  11. Mag je met temazepam 20mg rijden?

    Ja, onder de 20mg mag, maar wel pas 8 uur na inname

  12. Mag je met temazepam 30mg rijden?

    Nee, onder de 20mg mag

  13. Hoeveel uur na inname temazepam 20mg mag je niet rijden?

    8 uur.

  14. Mag je met oxazepam 50mg rijden?

    Ja, tot en met 50mg

  15. Mag je met oxazepam 20mg rijden?

    Ja, tot en met 50mg

  16. Hoelang mag je na 50mg oxazepam niet rijden?

    16 uur na inname

  17. Mag je met morfine rijden?

    De eerste twee weken niet, daarna zonder bijwerkingen wel.

  18. Mag je met tramadol rijden?

    De eerste twee weken niet, daarna zonder bijwerkingen wel

  19. Mag je met clemastine rijden?

    Nee, helemaal niet.

  20. Bij welke categoriën krijgt een medicament een gele sticker?

    Categorie 2 (pt mag bij start van geneesmiddel niet rijden) en categerorie 3 (pt mag niet rijden)