I. GENEESMIDDELENALLERGIE

26 flashcards · Other · by hannahterlinden

  1. Wat is anafylaxie?

    Een acute ernstige gegeneraliseere IgE gemedieerdereactie op bijv. een geneesmiddelen. Het treedt vooral op na een eerdere toediening: dus als je het al een keer eerder hebt gehad, reageer je sneller.

  2. Wat zijn klachten van graad 1 anafylaxie?

    Plotse jeuk, gegeneraliseerde roodheid en urticara

  3. Wat zijn klachten van graad 2 anafylaxie?

    gegeneraliseerd oedeem, misselijkheid druk op de borst, krampende buikpijn, diarree

  4. Wat zijn klachten van graad 3 anafylaxie?

    stridor, dysfagie heesheid, dyspnoe

  5. Wat zijn klachten van graad 4 anafylaxie?

    cyanose, hypotensie, collaps, bewusteloosheid, incontintie en ernstige hartritme stoornis

  6. Wat zijn risicofactoren voor het ontwikkelen van anafylaxie?

    Frequente blootstelling Chronische virale infecties Atopie

  7. Welke medicamenten zorgen voornamelijk voor anafylaxie op een niet-immunologische mestcellen manier (anafylactoide reactie)?

    NSAID's (door inductie van een overwcht aan leuktriënten over de prostaglandines) Opiaten (door interactie met mestcellen histamine vrijmaken) Aspirine

  8. Behandeling anafylactische reactie

    STOPPEN geneesmiddel adrenaline 0.5mg i.m. | clemastine 2mg i.v. | Dexamethason 8mg i.v. |Bij verdenking bronchospasmen (salbutamol 5mg vernevelen) Nogmaals adrenaline 0.5mg i.m. en bij hypotensie 500ml NaCL 0.9% in 15min. Indien pt betablokker gebruikt: overweeg glucagon 1mg iv in 5 min, daarna 5-15 EN start adrenaline perfursor 1microg/min tot hemodynamisch stabiel

  9. Wat doe je als er sprake is van belemmerde luchtweg door acuut angio oedeem?

    Start Cinryze 10000IE iv OF Fyrazir 30mg sc FFP 2EH

  10. Wanneer ontstaat een reactie van een geneesmiddel die een patiënt voor een eerste keer gebruikt?

    Tussen de 7 en 21 dagen

  11. Wanneer ontstaat een reactie van een geneesmiddel die een patient voor de tweede keer gebruikt als er sprake is van een type IV T-lymfocyten reactie?

    Een paar dagen

  12. Wanneer ontstaat een reactie van een geneesmiddel die een patient voor de tweede keer gebruikt als er sprake is van een Type 1, IgE gemedieerde reactie?

    Binnen enkele minuten

  13. Welke medicamenten veroorzaken trombocytopenie/hemolytische anemie?

    Heparines B-lactam

  14. Hoe behandel je een reactie van trombocytopenie/hemolytische anemie

    STOP medicament Trombocytentransfusie

  15. Wat is Heparine geïnduceerde trombopenie (HIT)?

    Patiënt ontwikkeld een antistof tegen het complex van heparine en de in bloedplaates voorkomende plaatjesfactor-4. Binding leidt tot krachtige plaatjesactiviatie, wat lijdt tot het verbruik van trombocyten en dus veneuze of arteriële trombose.

  16. Wat zijn de kenmerken van een type 1 HIT

    NIET immunolgisch 1-4 dagen na start heparine Trombocyten aantal zakt tot 1000 geen anti-HEP antilichamen Geen trombose, geen bloedingscomplicaties Heparine continueren

  17. Wat zijn de kenmerken van een type 2 HIT

    Immunologisch 5-10 dagen na start heparine Trombocuten aantal zakt tot 30-55 Wel anti-HEP antilichamen 30% trombose, zelden bloedingscomplicaties STAKEN herparine of LMWH als je een keer gehad hebt, kan je het daarna sneller krijgen

  18. Wat is een belangrijke veroorzaker van HITT?

    B-lactam antibiotica (hemolytische anemie) Heparine (HITT)

  19. Door welke middelen worden er doorgaans huidreacties gezien?

    penicillinen cefalosporinen allopurinol carbamazepine

  20. Welke huidafwijkingen worden het vaakst gezien door medicatie?

    exanthemen maculopapuleuze erupties urticaria angio-oedeem

  21. Wat is SCAR

    severe cutaneous adverse reactions: Levensgevaarlijk. Direct stoppen! Voorbeelden: SJS en TEN

  22. Wat is SJS

    Syndroom van Stevens-Johnson Prodrome van koorts en malaise Mucosa (ogen, mond, genitalia) Slechts <10% van het lichaamsoppervlak Je bent bang voor infecties, dus infectie maatregelen, vocht,

  23. Wat is TEN?

    Toxische epidermale necrolyse (verdere stadium van SJS) > 30% Meestal veroorzaakt door AB, Carbamazepine & Allopurinol

  24. Wat is het verschil tussen een type 1 en type 2 HIT?

    Type 1: Niet immuungemedieerd Type 2: Imuungemedieerd. (ONMIDDELIJK STOPPEN)

  25. Wat is geneesmiddelenexantheem

    Niet immunoligische reactie, vaak op amoxicillin bij een Epstein Barr Virus

  26. Hoe onderscheid je urticaria van geneesmiddelen exantheem?

    Het exantheem is niet goed wegdrukbaar en glad.