leh 7 goederenrecht

41 flashcards · Other · by anouk terlouw

  1. paritas creditorum,

    art. 3:277 hoofdregel dat schuldeisers onderling gelijk recht hebben om naar evenredigheid van hun vordering te worden voldaan.

  2. belangrijkste uitzonderingen op paritas creditorum

    hypotheek pandrecht

  3. parate executie bij pand en hypotheek

    het recht van parate executie is de bevoegdheid om bij verzuim van de schuldenaar tot executoriale verkoop over te gaan ten einde zich te verhalen op de opbrengst, zonder dat zij eerst een executoriale titel dienden te halen bij de rechter resp executoriaal beslag dienen te leggen.

  4. waarin komt de absolute werking van pand en hypotheek tot uiting

    vervreemding en bezwaring van het verbonden goed. separatist positie in faillissement

  5. nemo-plusbeginsel en hypotheek en band

    wanneer een eigenaar een goed eenmaal heeft belast met een pand of hypotheekrecht kan hij alleen nog over een bezwaard goed beschikken. Een derde verkrijgt dus een goed bezwaard met een beperkt recht.

  6. prior tempore-regel

    het oudere (pand of hypotheek)recht gaat voor het jongere.

  7. bijzonder verhaalsbijslag

    indien op een goed dat in het beslag valt een recht van hypotheek of pand rust, bestaat de mogelijkheid van parate executie nog steeds.

  8. separatist positie faillissement

    art. 57 lid 1 Fw in geval van faillissement kunnen pandhouder en hypotheekhouder krachtens art. 57 lid 1 Fw hun recht uitoefenen alsof er geen faillissement is. zij zijn separatist.,

  9. voorrangsrecht hypotheek / pand

    art. 3:227 lid 1 jo art. 3:278 verbindt aan het verhaalsrecht van pand of hypotheekhouder voorrang. dit recht doet zich gelden wanneer ook anderen zich op de executieopbrengst willen verhalen. pand en hypotheekhouder hebben het recht op voldoening uit de opbrengst voor de concurrente en andere lager geschikte schuldeisers.

  10. verhouding pand hypotheek en voorrangsrechten

    pand en hypotheek rechten gaan voor voorrangsrecht, art. 3:276

  11. executieopbrengst niet voldoende voor pand en hypotheek

    zij kunnen zich voor de restantvordering verhalen op andere delen van het vermogen., maar wel als concurrent schuldeiser. regel paritas creditorium van toepassing.,

  12. afhankelijke rechten

    pand en hypotheek zijn afhankelijke rechten in de zin van art. 3:7 jo art. 3:82 BW , ze zijn onlosmakelijk verbonden aan de vordering ter voldoening waarvan zij tot zekerheid strekken.

  13. afhankelijke karakter en meerdere vorderingen

    het afhankelijke karakter van pand en hypotheek staat er niet aan in de weg om het tot zekerheid van voldoening van meerdere vorderingen te vestigen. het pand/hypotheekrecht gaat pas teniet wanneer alle door dit recht gezekerde vorderingen zijn voldaan.

  14. wat is een bankhypotheek

    een bankhypotheek is een hypothecaire zekerheid voor al hetgeen een schuldenaar uit hoofde van zijn bancaire betrekking op dit moment of in de toekomst schuldig mocht zijn of worden. dit recht van hypotheek blijft bestaan, ook als de debiteur geen schuld meer heeft aan de bank.

  15. wanneer gaat een bankhypotheek van rechtswege teniet

    wanneer alle vorderingen zijn voldaan en de bank ook in de toekomst geen nieuwe vorderingen meer kan verwerven. dit is bijna niet het geval dus in beginsel kan het tot in het oneindige voort blijven bestaan.

  16. wanneer bank gehouden mee te werken aan de beëindiging van de hypotheek

    wanneer de bankrelatie met het oog waarop de hypotheek is gevestigd, is opgezegd of afgewikkeld. en zeker indien de bank gelet op de afgewikkelde relatie geen reëel belang heeft bij het voortbestaan van de hypotheek omdat zij in de toekomst hooguit incidenteel een vordering verkrijgt, terwijl andersom de hypotheekgever er een groot belang bij heeft om over het verbonden goed vrij van hypotheek te kunnen beschikken.,

  17. wat gebeurt er wanneer de bank een van haar vorderingen waartoe de (bank)hypotheek tot zekerheid strekt, overdraagt aan een derde?

    wanneer het hypotheekrecht voor meerdere vorderingen is gevestgid, verzet de ondeelbaarheid van het hypotheekrecht zich er tegen dat met de overgang van één van de vorderingen de verwerver door opdeling een zelfstandig hypotheekrecht (naast dat van de bank) verkrijgt. de derde-verkrijger wordt naast de bank medegerechtigde tot de ongedeelde hypotheek. er ontstaat mbt tot die hypotheek een gemeenschap.

  18. overdracht van een vordering waarvoor hypotheek is verleend die beperkt is tot die bank

    bij overdracht door de bank van een individuele vordering aan een derde, wordt deze derde GEEN medegerechtigde tot de hypotheek. De vordering voldoet niet langer meer aan de omschrijving van de vorderingen waarvoor het hypotheekrecht is gevestigd, nu zij niet meer aan de hypotheekhouder zelf maar aan een derde toebehoort.,

  19. ondeelbaarheid hypotheekrecht

    een recht van hypotheek is ondeelbaar: voor de gehele vordering kan verhaal worden genomen op het gehele goed. maakt daarbij niet uit of een deel van de vordering al is voldaan. ondeelbaarheid ziet dus op het verhaalsrecht en niet op de vraag of er meerdere gerechtigden kunnen zijn tot een pand- of hypotheekrecht noch op de deelbaarheid van de vordering waaraan het accessoir is.

  20. beperking executieomvang

    hypotheekgever en hypotheeknemer kunnen overeenkomen dat de hypotheekhouder zich bij executie moet beperken tot een bepaald deel van het verhypotekeerde goed.

  21. tot zekerheid van welke vordering is vestiging van hypotheek of pand mogelijk

    uitgangspunt is tot zekerheid van een vordering tot voldoening van een geldsom. maar het is ook mogelijk tot zekerheid van een vordering tot het verrichten van een andere prestatie, mits deze tot een geldvordering herleidbaar is !!!!

  22. voldoende bepaalbaar

    art. 3:231 lid 1 de vordering waarvoor pand of hypotheek wordt gegeven moet voldoende bepaalbaar zijn. --> tijdstip van voldoende bepaalbaar zijn is het moment van executie.

  23. wat is voldoende bepaalbaar

    Voldoende is dat, als het op executie aankomt, aan de hand van de rechtsverhouding tussen de zekerheidsgever en -nemer is vast te stellen tot zekerheid van welke vorderingen het verleende recht tot verhaal strekt.

  24. wanneer ontstaan pand en hypotheek voor een toekomstige vordering en waarom deze manier

    ontstaan al op het tijdstip waarop de vestigingshandeling wordt voltooid. en dus NIET op het tijdstip waarop de vordering ontstaat. neemt dus rang naar tijdstip van vestiging anders te veel nadelen wanneer gekeken zou worden naar ontstaan van de vordering zou doorbreking betekenen van het stelsel dat pand en hypotheek rang nemen naar tijdstip van vestiging. zou de bepaling van de rangorder ingewikkelder maken, zeker wanneer het tijdstip van het ontstaan van de vordering lastig te bepalen is. ee…

  25. hoe zit het met afhankelijk recht en vestiging hypotheek pand op toekomstige vordering

    het afhankelijke karakter brengt slechts mee dat uitoefening niet mogelijk is zonder dat met een vordering heeft.

  26. executie + verhaal & toekomstige vorderingen

    art. 483e Rv toekomstige vorderingen kunnen slechts in een ten behoeve van de verdeling op te maken rangregeling worden opgenomen voor zover zij zullen worden verkregen uit een reeds bestaande rechtsverhouding.

  27. Benoem drie algemene vormen van zekerheid die verbonden zijn aan zowel een pandrecht als een hypotheekrecht.

    recht van parate executie de pandhouder en de hypotheekhouder voorrang bij de verdeling van de netto-executieopbrengst boven concurrente schuldeisers. separatist in het faillissement van de schuldenaar, zij kunnen tot executie overgaan alsof er geen faillissement is, art. 57 lid 1 Fw

  28. Art. 3:230 BW bepaalt dat een recht van pand of hypotheek ondeelbaar is. wat zijn twee kenmerken van deze ondeelbaarheid?

    De ondeelbaarheid houdt in dat de pand/hypotheekhouder het goed in zijn geheel kan executeren, dat de opbrengst van de executie hoger is dan de vordering maakt daarbij niet uit. Wanneer de houder is voldaan gaat het restant naar de gever. Wanneer de gever al een deel van de vordering heeft voldaan, geldt nog steeds dat het pand/hypotheek recht geldt voor het gehele goed. De nemer is bevoegd om bij executie het gehele goed uit te winnen.

  29. positie derde pand-hypotheekgever

    derde wordt geen schuldenaar heeft vermogen in zijn goed waarvan, indien de schuldenaar niet betaalt, uitwinning door diens schuldeiser moet gedogen. executie kan alleen van dat goed, niet voor gehele vermogen dan derden pand/hypotheekgever

  30. subrogatie

    de vordering van de uitwinnende pand- of hypotheekhouder op de schuldenaar gaat bij uitwinning van de derde over op deze derde. derde wordt dus schuldeiser van schuldenaar derde wordt ook schuldeiser van de schuldenaar als hij uitwinning niet afwacht maar op voorhand de schuld voldoet.

  31. kan de pandhouder het goed toe-eigenen?

    elk beding dat de pandhouder/hypotheekhouder de bevoegdheid geeft het goed zich toe te eigenen is nietig. eenmaal tot executie bevoegd?? dan kan de pandhouder wel met de pandgever rechtsgeldig overeenkomen het verpande goed tegen een bepaalde prijs aan hem te verkopen.

  32. wat er gebeurt met een hypotheekrecht op een goed onder ontbindende voorwaarde

    bij vervulling van de ontbindende voorwaarde komt het hypotheekrecht te vervallen.

  33. hypotheekrecht en beperkt recht

    een hypotheekrecht op een beperkt recht is aan dezelfde begrenzingen onderworpen als dat beperkte recht zelf.

  34. kan een hypotheek worden afgesloten op een aandeel in een register goed?

    het aandeel is grond van art. 3:96 jo art. 3:89 jo art. 3:10 ook een register goed, wat in beginsel haar verhypothekering mogelijk maakt.

  35. vereisten vestiging van een hypotheek op een registergoed

    art. 3:98 jo art. 3:84 levering krachtens art. 3:260 lid 1 vestigingshandeling krachtens geldige titel verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken.

  36. wanneer is de hypotheekovereenkomst vernietigbaar

    de hypotheekovereenkomst bouwt vaak voort op een onderliggende kredietovereenkomst. de overeenkomt tot hypotheekverlening is op voet van art. 6:229 vernietigbaar, indien de kredietovereenkomst achteraf niet blijkt te bestaan

  37. maakt een verhaalsbeslag beschikkingsonbevoegd?

    een onder de hypotheekgever gelegd executoriaal verhaalsbeslag op het registergoed, maakt de hypotheekgever weliswaar niet beschikkingsonbevoegd, maar krachtens art. 505 lid 2 Rv kan een LATER tot stand gekomen bezwaring NIET aan de beslaglegger worden tegengeworpen. zelfde geldt voor conservatoir beslag.

  38. waarom notariele akte?

    vormvereiste; beschermt de hypotheekgever tegen het ondoordacht verlenen van hypotheek leveringsvereiste verhoging van de rechtszekerheid mbt tot het stelsel van registergoederen

  39. eisen aan hypotheekakte

    een tussen partijen opgemaakte akte moet beide partijen vermelden en door beide partijen ondertekend zijn. op straffe van mislukking overdracht uit akte moet blijken dat zij strekt tot verlening van hypotheek art. 24 lid 2 sub kadw een notariële akte kan geldlening kan dus NOOIT als hypotheekakte fungeren, ook niet indien de schuldenaar belooft een hypotheek te vestigen. wel kan 1 notariële akte strekken tot zowel vastlegging van gellening als verlening hypotheek registergoed moet voldoende bep…

  40. 3 stappen bij hypotheek

    hypotheek beloven obligatoire werking hypotheek verlenen ondertekening hypotheekakte 3. hypotheek vestigen door inschrijving

  41. specialiteitseise

    hypotheekakte moet de betrokken zaak individueel en voldoende gespecificeerd aanwijzen.