G. ANTIBIOTICA

28 flashcards · Other · by hannahterlinden

  1. Noem de kenmerken van gramNEGATIEVE bacterien

    Buitenmembraan aanwezig Dunne petiodglycaanlaag rood/roze bij gramkleuring

  2. Noem de kenmerken van gramPOSITIEVE bacteriën

    Geen buitenmembraan Dikke peptidoglycaanlaag Paars bij gramkleuring

  3. Noem voorbeelden van B-Lactam AB

    Penicillinen Cefalosporinen Carbapenems

  4. Wat doet B-lactam AB

    Resistentie door opensplitsing van B-lactamring

  5. Noem een bacterie die een B-lactamase vormer is?

    S. Aureus

  6. Wat is een MRSA?

    Methicilline resistente stahypolococus die ongevoelig is voor bijv. het clavulaanzuur.

  7. Hoeveel generaties cefalosporine heeft dit AB?

    3 (van smal naar breed, van grampositief naar gramnegatief, naar beiden)

  8. Noem een voorbeeld van de carbapenem?

    Meropenem (gebruikt als reserve AB bij bijboorbeeld multiresistente ESBL bacterien. Niet bij MRSA)

  9. Noem bijwerkingen van penicillinen

    Misselijkheid Braken Diarree CAVE clostridiodes difficile infectie met pseudomembraneuze colitis)

  10. Wat is een toxidermie?

    Een niet allergisch huidfenomeen. Vaak bij amoxicilline, waarbij nog meer bij EBV, CMV en ALL

  11. Noem een voorbeeld van een tetracycline

    Doxycline

  12. Noem de belangrijkste bijwerkingen van een tetracycline

    Fotosensibilisatie Verkleuringen en hypoplasie van tanden e botten ONTRADEN TIJDENS ZWANGERSCHAP EN KINDEREN ONDER DE 8

  13. Hoe werkt een tetracycline

    Het remmen van eiwitsunthese door de binden aan het 30S ribosoom.

  14. Wat zijn interacties van tetracyclinen

    Verminderde absorptie icm aluminium, calcium, ijzer en magnesium

  15. Noem een voorbeeld van een aminoglycoside

    Gentamycine

  16. Noem de belangrijkste bijwerkingen van gentamycine

    Nefrotoxisch Ototoxisch

  17. Wat is de werking van aminoglycoside

    remt eiwitsynthese door de 30S subunit te blokkeren

  18. Noem voorbeelden van macroliden

    Claritroycine Azitromycine

  19. Hoe werken macroliden?

    De werking van macroliden is voornamelijk gericht op het verstoren van de eiwitsynthese via de 50S ribosomale subunit, die essentieel is voor het proces van eiwitsynthese in bacteriën.

  20. Belangrijkste bijwerkingen van macorliden

    GI-klachten cholestatische hepatitis

  21. Interacties met macroliden

    Claritromycine icm statine verhoogd het risico op rhabdomyoluse icm met andere Qtc verlengers risico op torsade de pointes

  22. Waar bestaat cotrimoxazol uit?

    Sulfonamide/trimethoprim

  23. Bijweringen cotrimoxazol

    Misselijkheid Braken Huiduitslag

  24. Interacties cotrimoxazol

    Methothrexaat: leukopenie, megablostaire anemie Coumarine: Doorschieten INR RAAS en kaliumpreparaten: Hyperkaliemie

  25. Werking cotrimoxazol

    door in verschillende fasen van het foliumzuurmetabolisme in bacteriën in te grijpen.

  26. Voorbeeld van een chinolonen

    Ciprofloxacine

  27. Interacties chonolonen

    Claritromycine icm statine verhoogd het risico op rhabdomyoluse icm met andere Qtc verlengers risico op torsade de pointes

  28. Bijwerkingen chinolonen

    Tenditis Peesruptuur (met name achillespees)