C. CALCIUM-ANTAGONISTEN

11 flashcards · Other · by hannahterlinden

  1. Noem voorbeelden van dihydropyridines?

    Amlodipine Nifedipine

  2. Noem boorbeelden van non-dihydropyridines?

    Verapamil Diltiazem

  3. Wat is de werking van dihydropyridines?

    Hebben een werking op de gladde spiercellen, zogen ervoor dat de vrije calciumionen worden geblokkerd, minder SA-AV geleiding en verlagen daardoor de tonus en zorgen dan voor vasoconstrictie van de coronairen en perifere arteriën wijder

  4. Wat zijn de bijwerkingen van dihydropyridines?

    Hypotensie Valneiging Hoofdpijn Flushes Oedeem Reflextachycardie Perifeer oedeem Obstipatie

  5. Waar werken dyhydropines voornamelijk op?

    Vaatverwijderd. Veel minder op SA en AV geleiding. (dus amlodipine en nifidipine werken vooral op de vaten en niet op het hart)

  6. Naar welke calciumantagonist gaat de voorkeur uit bij AF?

    Diltiazem

  7. Wat is de indicatie voor dihydropyridinen

    Hypertensie

  8. Wat is de indicatie voor overige calcium-anatagnisten

    Hypertensie AF

  9. Wat zijn de bijwerkingen van overige calcoum-antagonisten

    Hypotensie Valneiging Hoofdpijn Flushes Oedeem Reflextachycardie Perifeer oedeem Obstipatie bradycardie

  10. Wat zijn interacties met dihydropyridinen?

    CYP3A4

  11. Wat zijn interacties met overige calciumantagonisten?

    B-blokkers (bradycardie en AV-geleidingsstoornissen)