LT - 601-625
25 flashcards · Other · by Hanne Leysen
custodire custodio, custodivi, custoditum bewaken
cupere cupio, cupivi, cupitum verlangen
offerre offero, obtuli, oblatum aanbieden
contra (bijwoord) ertegenover; anderszijds
immo (bijwoord) integendeel; sterker nog
interdum (bijwoord) soms
interea (bijwoord) intussen
quoque (bijwoord) ook
quamvis (onderschikkend voegwoord) hoewel; hoe ... ook
dolus doli de list
femina feminae de vrouw
vacuus +ablatief vacua, vacuum leeg; vrij van
liber +ablatief libera, liberum vrij (van)
fraus fraudis, v. het bedrog
os oris, o. de mond; het gelaat
parere +datief pareo, parui, paritum/- gehoorzamen
sedere sedeo, sedi, sessum zitten
tueri tueror, tuitus sum bekijken; beschermen
altijd eerste persoon
fluere fluo, fluxi, fluxum vloeien
permittere permitto, permisi, permissum toestaan; toevertrouwen
rumpere rumpo, rupi, ruptum openbreken; verbreken
vincere vinco, vici, victum overwinnen; overtreffen
perferre perfero, pertuli, perlatum overbrengen; verdragen
hinc (bijwoord) van hier
oriri orior, ortus sum ontstaan; opkomen
altijd eerste persoon