zenuw

45 flashcards · Other · by Anne Borggreve

  1. myelitis

    ontsteking van het ruggenmerg

  2. discospondylitis

    ontsteking van de tussen wervels

  3. parese

    door veel druk op de zenuw -> minder kracht

  4. paralyse

    verlamming

  5. hemi

    éénzijdig

  6. tetra

    4

  7. mono

    4

  8. posterio

    achterkant

  9. onwillekeurige zenuwstelsel

    dit gaat vanzelf, ademhalen/hartslag

  10. willekeurige zenuwstelsel

    dit gaat bewust, je hoofd draaien om iets te bekijken

  11. ander woord voor zenuwcellen

    neuron

  12. centrale zenuwstelsel

    hersenen en ruggenmerg

  13. perivere zenuwstelsel

    alles behalve de hersenen en ruggenmerg

  14. de drie 'delen' van hersenen

    grote hersenen kleine hersenen hersenstam

  15. wat doen de grote hersenen

    bewustzijn en geheugen geregeld hier bevind: reuk centrum, gezichtscentrum en gehoorcentrum

  16. wat doen de kleine hersenen

    verantwoordelijk voor de coördinatie van beweging en evenwicht

  17. wat doet de hersenstam

    zorgt voor dag/nacht ritme zorgt voor ademhaling en hartslag zorgt voor de verbinding van zenuwstelsel en hormoonklieren

  18. waar worden o.a. hormonen aangemaakt

    in de hersenaanhangsels : hypothalamus en hypofyse

  19. wat doen neurotransmitters

    draagt signalen over, het is een soort 'boodschapper'

  20. wat doen sensorische zenuwcellen

    ze verzamelen prikkels uit de omgeving zoals: temperatuur, pijn of aanraking en sturen die info door

  21. voorbeeld sensorische zenuwcel

    als je een hete pan aanraakt, registreren sensorische zenuwcellen de hitte en sturen razendsnel een signaal naar je hersenen 'AU, HEET'. je hersenen verwerken dit signaal en sturen via motorische zenuwen een beweging uit, je hand weghalen

  22. wat doen motorische zenuwcellen

    door signaal te geven aan je hersenen gaan ze tot actie over

  23. wat is een schakel cel

    een zenuwcel die signalen doorgeeft tussen andere zenuwcellen binnen het centrale zenuwstelsel

  24. wat doet een schakel cel

    ze werken als een soort tussenpersoon. ze zorgen ervoor dat de info gegeven door bijv. sensorische zenuwcel verwerkt wordt en dat er door een motorische zenuwcel een reactie volgt

  25. motische zenuwcel tekening

  26. sensorische zenuwcel

  27. schakelcel tekening

  28. botulisme

    veroorzaakt door botuline toxine blokkeert afgifte van neurotransmitters leid tot: spierzwakte, verlamming of dood symptomen: moeite met praten/ademhalen, spierzwakte

  29. Hernia Nucleaus Pulposus (hernia in wervelkolom)

    binnenkern van tussenwervelschijf puilt naar buiten wat drukt uitoefent op zenuwwortel leid tot: pijn, tintelingen, spierzwakte, gevoeloosheid, verlamming

  30. tetanus

    veroorzaakt door tetanustoxine(neurotoxine) het neurotoxine blokkeert de afgifte van remmende neurotransmitters leid tot: spasmen, verkramping

  31. rabies

    tast centrale zenuwstelsel aan virus veroorzaakt ontstekingen en beschadigingen van zenuwen in je hersenen en ruggenmerg leid tot: spierzwakte, verlamming, agressie, angst voor water

  32. verlengde merg (deel hersenstam)

    ligt direct boven ruggenmerg verantwoordelijk voor vitale functies verantwoordelijk voor reflexen: hoesten, niezen, slikken

  33. midden hersenen (deel hersenstam)

    ligt boven verlengde merg verantwoordelijk voor auditieve reflexen: oogbewegingen en reactie op geluiden

  34. tussenhersenen

    vormen verbindingssyteem tussen hersenstam en de grotere hersengebieden verantwoordelijk voor: hormoonproductie, lichaamstemperatuur en emoties

  35. inhiberende neurotransmitters - remmende neurotransmitter

    dit zijn stoffen in de hersenen die ervoor zorgen dat zenuwcellen minder actief worden, zo wordt het zenuwstelsel niet overprikkeld. spelen ook rol in regulatie van slaap en ontspanning

  36. voorbeelden inhiberende neurotransmitters

    GABA glycine

  37. exiterende neurotransmitters

    dit zijn stoffen die de activiteit van zenuwcellen stimuleert of verhoogt. spelen belangrijke rol bij het overdragen van signalen

  38. voorbeelden exiterende neurotransmitters

    glutamaat noroadrenaline

  39. spinale reflexen

    dit zijn snelle, automatische reacties van het lichaam op bepaalde prikkels die DIRECT via het ruggenmerg verwerkt worden. je hersenen zijn bij deze reflexen niet betrokken

  40. voorbeeld spinale reflex

    je raakt hete pan aan -> pijnprikkel word naar ruggenmerg verstuurd en word hier verwerkt tot actie (onbewust)

  41. cerebrale reflex

    dit zijn reflexen die in de hersenen verwerkt worden in plaats van in het ruggenmerg. deze reflexen zijn complexer.

  42. voorbeeld cerebrale reflex

    fel licht op ogen -> pupillen vernauwen om hoeveelheid licht die het oog binnenkomt te reguleren

  43. een 'tonisch-clonische aanval'

    meest bekende vorm van epileptische aanval. spier spasmen

  44. idiopathische epilepsie

    oorzaak van epilepsie is onbekend

  45. symptomatische epilepsie

    de oorzaak van epilepsie is wel bekend