Frans bricolage + économie
62 flashcards · Other · by THE REAL RED LEADER
een hamer
un marteau
schroeven
visser
een schroef
une vis
zich laten doen
se laisser faire
zich verzekeren
s'assurer
passend
conforme
een gereedschapskist
un bac à outils
bevatten
contenir
de nieuwste reeks
la gamme de derniere cri
het assortiment
la gamme
een plooimeter
la mètre pliant
een boormachine
une perceuse
plakband
du scotch
het touwtje
une ficelle
de gloeilampen
les ampoules
een spijker
un clou
de nijptang
les tenailles
een moersleutel
une clé anglaise
ophangen
accrocher
een kader
un cadre
bedekken
couvrir
een gat
un trou
op de grond laten staan
laisser par terre
snijden
tailler
uitstellen
reporter
een lekke band
un pneu crevé
eruit halen
sorter
het reserve wiel
un roue de secours
een krik
une cric
de takeldienst
le service dépannage
volstaan
suffire
het gebruik
l'utilisation
weg halen
enlever
de dop
le couvercle de fermeture
de tank
le réservoir
een lukrake klusjesman
un bricoleur hasardeux
passer le main
het aan iemand anders overlaten
bewust
consient
onhandig zijn
avoir deux mains gauches
lui zijn
avoir un poil dans la main
een gat boren
percer un trou
l'échelle
de ladder
een zaklamp
une lampe torche
de gevarendriehoek
un triangle de signalisation
de snoeischaar
un sécateur
een aftrekker
un raclette
een kruissleuten
une clé à croix
een kruiwagen
une brouette
een dweil
une serpillière
een waterpas
un niveau
een schroevendraaier
un tournevis
een emmer
un seau
een hark
un râteau
een schop
une pelle
de pluggen
des chevilles
een Phillips schroef
un vis à tête cruciforme
tuinieren
le jardinage
de schoonmaak
le nettoyage
de lootgieterij
la plomberie
de ijzerwaren winkel
quincallerie
het gereedschap
l'outillage
vast spijkeren
clouer